Versions Compared

Key

  • This line was added.
  • This line was removed.
  • Formatting was changed.

...

Deck of Cards
width600
historyfalse
idHome
Card
defaulttrue
idHome
labelHome
titleHome
Welkom bij de wiki van het project

Dit is de oude Wiki pagina van KPP B&O Kust. Voor de nieuwe site ga hierheen: KPP B&O Kust - nieuw

Kennis voor het Beheer & onderhoud van de Nederlandse kust,  KPP-B&OKust

Rijkswaterstaat is verantwoordelijk voor het onderhoud van onze kust. Daarvoor wordt de zandvoorraad op het strand en op de zeebodem vlak voor de kust regelmatig aangevuld. De zandkorrels vullen de zandvoorraad aan en compenseren de erosie van de kustlijn. Het zand draagt bij aan de bescherming van Nederland tegen de zee. Op dit moment wordt er 12 miljoen kubieke meter zand per jaar gesuppleerd. Hoeveel zand er precies nodig is en op welke plaatsen en tijdstippen het zand het best kan worden neergelegd (de suppletiepraktijk), baseert Rijkswaterstaat op jaarlijkse kustmetingen en op kennis over het kustsysteem.

In de loop der jaren zijn er vele studies afgerond en is er veel kennis over het kustsysteem ontwikkeld. Toch komen er voortdurend nieuwe onderzoeksvragen naar voren, bijvoorbeeld of zandsuppleties nog efficiënter en duurzamer kunnen worden uitgevoerd. Om de kennis over het kustsysteem uit te breiden en te verspreiden voert Deltares onderzoek uit, in nauwe samenwerking met andere onderzoeksinstituten en met Rijkswaterstaat.

Nieuwe inzichten die uit het onderzoek voortkomen, kunnen ertoe leiden dat de suppletiepraktijk wordt aangepast. Deze interactie tussen kustbeleid, kustbeheer en kustonderzoek, draagt er aan bij dat acute veiligheidsproblemen langs de kust zoveel mogelijk kunnen worden beperkt.

 

Knowledge continuum for coastline management in the Netherlands

Op deze site vindt u resultaten van recent uitgevoerde onderzoeken in het project B&O Kust, over de suppletiepraktijk en over hiervoor relevante kennis van het kustsysteem. Bovendien biedt de site toegang tot de ´beheerbibliotheek´ en de kustviewer’: hulpmiddelen om kennis over specifieke locaties te verspreiden.

 

Deck of Cards
idHomeECGSIofTwee
Card
idEcologisch gericht suppleren I
labelEcologisch gericht suppleren I
titleEcologisch gericht suppleren I

 

Card
idEcologisch gericht suppleren II
labelEcologisch gericht suppleren II
titleEcologisch gericht suppleren II

 

Card
idAanpak
labelAanpak
titleAanpak

Hoeveel, wanneer en waar suppleren?

Rijkswaterstaat moet keuzes maken in het suppletievolume (Hoeveel suppleren?), het tijdstip van suppleren (Wanneer suppleren?) en de locatie van de suppleties (Waar suppleren?). Bij de locatie gaat het om zowel de locatie kustlangs, als de locatie kustdwars; oftewel de suppletievorm. Te veel suppleren zorgt voor onnodige kosten, te weinig, te laat of op de verkeerde locatie suppleren levert een risico op het niet voldoen aan de opgaven vanuit de (natuur)wet, het beleid of het beheer.

De huidige keuzes die Rijkswaterstaat met betrekking tot suppleren maakt, zijn gebaseerd op een aantal hypothesen. Deze hypothesen zijn weer afgeleid van de beschikbare kennis (en kennishiaten). Dit staat schematisch weergegeven in het volgende figuur: 



Het toetsen van de hypothesen staat centraal in het project KPP-B&O Kust. De hypothesen worden onder Hypothesen in de menubalk links verder toegelicht. Zo nodig worden de hypothesen op basis van bestaande en nieuw ontwikkelde kennis aangepast en wordt vervolgens afgeleid welke implicaties dit heeft voor de suppletiestrategie (tot welke aanpassing van de huidige beheerkeuzes leidt dit?). Dit staat schematisch weergegeven in het volgende figuur. Het aanpassen van de hypothesen is primair een verantwoordelijkheid voor Deltares, het aanpassen van de beheerkeuzes is primair een verantwoordelijkheid van Rijkswaterstaat. 



Aanvullend wordt in het project KPP-B&OKust per kustvak een zogenaamd Rijkswaterstaat Beheerregister opgesteld. Hierin wordt de beschikbare regionale en locale kennis over de morfologische, ecologische en socio-economische ontwikkeling samengevat. De beheerregisters worden verder aangevuld met het overzicht van de uitgevoerde suppleties en waargenomen effecten van deze suppleties. Dit resulteert (op termijn) in een handreiking suppleren voor het betreffende kustvak. In deze handreikingen worden de generieke (deels landelijke) hypothesen vertaald naar gebiedsspecifieke suppletieadviezen: Uiteindelijk moet immers op dit schaalniveau een suppletieontwerp gekozen worden. De beheerregisters worden onder Beheerregisters in de menubalk links verder toegelicht.

Opstellen beheerregisters

Per kustvak wordt een zogenaamd Rijkswaterstaat Beheerregister opgesteld. Hierin wordt de beschikbare regionale en locale kennis over de morfologische, ecologische en socio-economische ontwikkeling samengevat. De beheerregisters worden verder aangevuld met het overzicht van het uitgevoerde kust- en duinbeheer (met nadruk op de uitgevoerde suppleties) en waargenomen effecten van het uitgevoerde beheer, met name de suppleties, op de kustmorfologie en indicatoren, zie onderstaand figuur. Dit resulteert (op termijn) in een handreiking suppleren voor het betreffende kustvak. 

Het opstellen van de beheerregisters is een manier om kennis uit verschillende bronnen (data, literatuur, mensen) bij elkaar te brengen en vast te leggen. Dit zal mogelijkerwijs leiden tot de identificatie van kennislacunes. Verder resulteren de beheerregisters in een vergroting van de (praktische) kennis van de kust en het kustbeheer, zowel bij de opstellers als de lezers van de beheerregisters. De focus ligt vanzelfsprekend op informatie die relevant is voor het vaststellen van de te volgen suppletiestrategie. 

Werken met Hypothesen

Inleiding

In het menu links worden de huidige keuzes m.b.t. de suppletiestrategie beschreven. Daarbij wordt aangegeven op welke hypothesen deze keuzes gebaseerd zijn. Het gaat om keuzes met betrekking tot:

  • Hoeveel suppleren
  • Wanneer suppleren
  • Waar suppleren

Het project KPP-B&O Kust is opgedeeld in een aantal deelprojecten. Per deelproject worden activiteiten uitgevoerd die bijdragen aan het toetsen van de hypothesen. Tevens wordt per deelproject kennis aangeleverd voor de beheerregisters. De activiteiten en resultaten uit de deelprojecten kunnen via de menubalk Deelprojecten worden bekeken.

 

Deck of Cards
idHypothesen
Card
idhoevsupl
labelHoeveel suppleren
titleHoeveel Suppleren
HTML
 


In 2001 is er voor gekozen om de doelstelling tot duurzame handhaving van veiligheid en van functies in het duingebied, vorm te geven door handhaving van het kustfundament. Bij de invulling van het begrip duurzame handhaving van de kust, is daarbij rekening gehouden met een tijdschaal van 50 tot 200 jaar. Aangenomen wordt dat op deze tijdschaal de uitwisseling van zand tussen de duinen, het strand, de ondiepe vooroever en de diepe vooroever, zich beperkt tot het gebied tussen de binnenduinenrij (landwaartse grens) en de doorgaande min 20m NAP dieptelijn (zeewaartse grens); dit gebied wordt aangeduid met de term Kustfundament. Aangenomen wordt dat op een tijdschaal van 50 tot 200 jaar geen netto zandtransport over de landwaartse en zeewaartse grens van het kustfundament plaats vindt èn dat de import over de grens met België even groot is als de export over de grens met Duitsland. Bij een stijgende zeespiegel is een duurzame handhaving van functies mogelijk, door het hele kustfundament mee te laten groeien. Indien er geen andere verliesposten zouden optreden, is hieruit theoretisch het suppletievolume af te leiden dat nodig is om het kustfundament mee te laten groeien met de zeespiegelstijging: namelijk de omvang van de zeespiegelstijging vermenigvuldigd met het oppervlak van het kustfundament. Voor meer achtergrond over het suppletievolume in de periode van 1990 tot 2001, voorafgaand aan het beleid van duurzame handhaving, klik hier

Hypothesen

Over de -20m contour vindt geen netto transport plaats op een tijdschaal van 50 tot 200 jaar.

Dynamisch zeereepbeheer bevordert het doorstuiven van de eerste duinenrij en draagt bij aan het meegroeien van het gehele duincomplex met de zeespiegel, en aan het verhogen van de natuurwaarde.

De netto zandimport over de Belgische grens en de netto zandexport over de Duitse grens heffen elkaar op.


In Nederland zijn getijbekkens aanwezig die in verbinding staan met het kustfundament. Gezamenlijke vormen ze één, zanddelend kustsysteem; tussen deze bekkens en het kustfundament vindt uitwisseling van sediment plaats. Een stijgende zeespiegel en historische ingrepen in de getijbekkens, scheppen bergingsruimte in de getijbekkens; deze sedimentvraag wordt aangevuld met een sedimentaanbod vanuit het kustfundament (voor toelichting klik hier). De getijbekkens groeien zo mee met de zeespiegelstijging, het sedimentvolume van het kustfundament neemt echter af, waarbij met name de buitendelta’s en de eilandkusten eroderen. Om het kustfundament mee te laten groeien met de zeespiegelstijging zal niet alleen de toegenomen bergingsruimte als gevolg van zeespiegelstijging in het kustfundament zelf, gecompenseerd moet worden met suppleties, maar ook de sedimentvraag door de bekkens. 

Hypothesen

Suppletiezand wordt verdeeld over het gehele kustsysteem.

De Waddenzee onttrekt zand aan het kustfundament. Het onttrokken volume wordt bepaald door het oppervlak van de Waddenzee, de relatieve zeespiegelstijging (dus inclusief bodemdaling door mijnbouw) en morfologische aanpassingen veroorzaakt door afsluitingen.

De Westerschelde onttrekt zand aan het kustfundament. Het onttrokken volume wordt bepaald door het oppervlak van de Westerschelde, de relatieve zeespiegelstijging en morfologische aanpassingen veroorzaakt door vaarwegverdieping.

Er is géén significant sedimenttransport door de Oosterscheldekering.

Suppleren in de kustzone verhoogt de grootte van het netto zandtransport naar de Waddenzee niet.

Suppleren in een bekken verlaagt de grootte van de netto zandimport door het zeegat.


Sinds 2001 is het totale suppletievolume vastgesteld op gemiddeld 12 miljoen m3 zand per jaar. In 2008 is een rapport opgesteld waarin ingegaan wordt op de vraag of deze hoeveelheid zand voldoende is om het kustfundament daadwerkelijk mee te laten groeien met de zeespiegelstijging. In deze verkenning werden de volgende ‘middenwaarden’ afgeleid:

  • Bij een zeespiegelstijging van 20 cm/eeuw is voor het kustsysteem zelf een suppletiebehoefte van 13,9 miljoen m3 zand per jaar nodig (dit is het oppervlak van het kustfundament en de getijbekkens vermenigvuldigd met deze zeespiegelstijging).
  • Voor het compenseren van de overige verliezen van het kustfundament is een suppletievolume van 6,5 miljoen m3 per jaar nodig. Hierbij is rekening gehouden met het verlies als gevolg van: vaargeulonderhoud, zandwinning, morfologische ingrepen, bodemdaling door gaswinning.

In het Nationaal Waterplan is het resultaat van deze verkenning overgenomen: 

Eerste resultaat van de verkenning is dat, om het hele kustfundament mee te laten groeien met de huidige zeespiegelstijging, een verhoging van het suppletievolume nodig is van 12 miljoen naar 20 miljoen per jaar.

Uitwisseling Kustfundament en getijbekkens

De buitendelta, de getijdegeulen en het getijbekken lijken te zoeken naar een evenwicht met de heersende hydrodynamische forcering (o.a. de zeespiegel). Dit geldt zowel voor de individuele getijbekkens als voor een groep van getijbekkens. De complexiteit van de werking van getijbekkens maakt het lastig om aan te geven bij welke mate van zeespiegelstijging een bekken kan meegroeien en bij welke mate er sprake is van verdrinking van het bekken. Er vanuit gaande dat de kust een vrijwel ongelimiteerde sedimentbron vormt, zal veel afhangen van de transportcapaciteit van het systeem. De mate en snelheid van sedimentverlies uit het kustfundament is niet op voorhand volledig duidelijk.. 

Na afsluiting van delen van een getijbekken, bijvoorbeeld de Zuiderzee (afsluitdijk) en de Lauwerszee, zijn de verschillende elementen van het bekken verder uit evenwicht met de nieuwe hydrodynamische condities. Dit resulteert in een toenemende sedimentvraag aan de buitendelta en de eilandkusten totdat zich een nieuw evenwicht heeft ingesteld. Hoe lang dat kan duren is niet goed bekend. Ook hiervoor geldt dus dat de mate van sedimentverlies uit het kustfundament niet exact is af te leiden.



Card
idKusthandhavin2001
labelKusthandhaving voor 2001
titleKusthandhaving voor 2001

Achtergrondkader: Van Handhaving BasisKustLijn naar Handhaving Kustfundament

In de periode 1990 tot 2001, voorafgaand aan het beleid tot handhaving van het kustfundament, werd alleen de Basis Kust Lijn gehandhaafd; dit kwam neer op compensatie van de structurele erosie in een zone rondom de laagwaterlijn (de zogenaamde Momentane KustLijn (MKL) zone) (zie figuur x). Bij aanvang in 1990 was berekend dat de structurele erosie in deze zone ongeveer 6 miljoen m3 per jaar bedroeg; vanaf 1990 is dan ook 6 miljoen m3 zand per jaar in deze zone gesuppleerd. De verwachting was dat met het operationele doel tot handhaving van de Basis Kust Lijn, het achterliggende strategische doel (het handhaven van de kustfuncties) bereikt zou worden.

Als toetsprocedure werd in 1990 overeen gekomen dat op locaties waar de te ToetsenKustLljn (TKL) de afgesproken normwaarde, de BasisKustlijn (BKL) van 1990, dreigt te overschrijden, het structurele zandverlies door middel van zandsuppleties gecompenseerd wordt. In Figuur x staan de te ToetsenKustLijn en de BasisKustLijn toegelicht. Beiden zijn afgeleid van het zandvolume in de Momentane KustLijn (MKL) zone.

In de jaren na 1990 kreeg het feit dat zich naast de structurele erosie in de MKL zone, ook zandverliezen optreden in de diepere kustzone, meer aandacht. Het structurele zandverlies in deze zones zou op termijn kunnen leiden tot een aanzienlijke toename van de zandverliezen in de MKL-zone. Dit was de aanleiding voor het besluit in 2001, dat voor een duurzame handhaving van veiligheid en functies in het duingebied, het zandverlies in het gehele kustfundament gecompenseerd zou moeten worden [ zoals toegelicht in de vorige paragraaf (meegroeien kustfundament met zeespiegelstijging, het suppletievolume werd verhoogd van 6 tot 12 miljoen m3 jaar].

Card
idLink-met-deelprojecten
labelLink met deelprojecten
titleLink met deelprojecten
HTML
<h3>Link met deelprojecten</h3>

Het project KPP-B&O Kust is opgedeeld in een aantal deelprojecten . Per deelproject worden activiteiten uitgevoerd die bijdragen aan het toetsen van de hypothesen. Tevens wordt per deelproject kennis aangeleverd voor de beheerregisters. De indeling in deelprojecten is gebaseerd op inhoudelijke onderwerpen, de deelprojecten worden toegelicht onder Deelprojecten in het keuzemenu links. 

In onderstaande tabellen staat weergegeven in welk deelproject welke hypothesen getoetst worden.

Deelproject 1 = Toestand van de kust.

Deelproject 2 = Uitwisseling getijbekkens & Morfodynamiek van Eilandkoppen.

Deelproject 3 = Werking kustfundament & Herverdeling suppletiezand

 

 

Hypothesen Hoeveel

Deelproject

Over de -20m contour vindt geen netto transport plaats op een tijdschaal van 50 tot 200 jaar.

3

Dynamisch zeereepbeheer bevordert het doorstuiven van de eerste duinenrij en draagt bij aan het meegroeien van het gehele duincomplex met de zeespiegel, en aan het verhogen van de natuurwaarde.

3

De netto zandimport over de Belgische grens en de netto zandexport over de Duitse grens van het kustfundament, heffen elkaar op.

3

Suppletiezand wordt verdeeld over het gehele kustsysteem.

2 & 3

De Waddenzee onttrekt zand aan het kustfundament. Het onttrokken volume wordt bepaald door het oppervlak van de Waddenzee, de relatieve zeespiegelstijging (dus inclusief bodemdaling door mijnbouw) en morfologische aanpassingen veroorzaakt door afsluitingen.

2

De Westerschelde onttrekt zand aan het kustfundament. Het onttrokken volume wordt bepaald door het oppervlak van de Westerschelde, de relatieve zeespiegelstijging en morfologische aanpassingen veroorzaakt door vaarwegverdieping.

2

Er is géén significant sedimenttransport door de Oosterscheldekering.

2

Suppleren in de kustzone verhoogt de grootte van het netto zandtransport naar de Waddenzee niet.

2

Suppleren in een bekken verlaagt de grootte van de netto zandimport door het zeegat.

2



Te toetsen Hypothesen Waar

Deelproject

Het zand van een onderwatersuppletie wordt vanuit brekerzone verdeeld over het gehele kustprofiel.

3

Het zand van een strandsuppletie wordt verdeeld over het gehele kustprofiel.

3

Het zand dat wordt afgevoerd uit een suppletievak komt ten goede aan de aangrenzende kust (droge en natte deel).

3

Als gevolg van de uitgevoerde suppletiestrategie treedt er (op termijn) een positieve trendwijziging op in alle indicatoren in dwarsprofiel.

1

Suppleren draagt bij aan veiligheid door zeewaartse verplaatsing van het afslagpunt.

1

Card
idWaar-suppleren
labelWaar suppleren
titleWaar suppleren
HTML
<h3>Waar suppleren</h3>


Het suppletieprogramma bestaat uit een BasisKustLijn deel en een Kustfundament deel. Overigens is het onderscheid tussen beiden niet strikt te maken, omdat suppleties voor het doel handhaving van de BasisKustLijn, tegelijkertijd bijdragen aan het overkoepelende doel tot handhaving van het kustfundament. Voor het programmeren van de jaarlijkse suppleties hanteert Rijkswaterstaat een uitvoeringskader (Waterdienst, 2010). Volgens dit uitvoeringskader geldt de volgende prioritering:

  1. Eerst worden de suppleties met als primair doel het handhaven van de BasisKustLijn gepland. Hiervoor wordt gekeken naar locaties waar binnen 2 jaar na het toetsmoment waarschijnlijk een overschrijding van de BasisKustLijn optreedt.
  2. Het dan nog resterende zand wordt gebruikt voor het uitvoeren van kustfundament suppleties waarbij de nadruk ligt op de Noordzeekust nabij het Waddengebied. Hier is namelijk het meeste zand nodig om mee te groeien.

In het uitvoeringskader is vastgesteld dat het suppletievolume per suppletie wordt afgeleid uit de erosietrend voor het gehele kustprofiel, uitgaande van een gemiddelde levensduur van een suppletie van 4 of 5 jaar. In de praktijk blijkt hiervoor jaarlijks gemiddeld in totaal 8 miljoen m3 gesuppleerd te worden voor handhaving BasisKustLijn en is het resterende volume van 4 miljoen m3 zand beschikbaar voor handhaving van kustfundament. 

In de eerste jaren van het dynamisch handhavingsbeleid werd het te suppleren volume op het strand gesuppleerd (oftewel rechtstreeks in de Momentane KustLijn zone). Sinds midden jaren 90 worden er ook zandsuppleties in de brekerzone op de vooroever uitgevoerd (zogenaamde vooroeversuppleties). Belangrijk argument hierbij was dat de prijs per m3 suppletiezand voor een vooroeversuppletie, goedkoper is. Tevens biedt dit de mogelijkheid om het structurele zandverlies te compenseren ook op locaties waar strandsuppleties lastig of niet uit te voeren zijn. Vooroeversuppleties vinden doorgaans net zeewaarts van de Momentane KustLijn zone plaats. Aangenomen wordt dat hierdoor het zandverlies in de Momentane KustLijn zone (op termijn) wel positief wordt beïnvloed. Aanvullend op de vooroeversuppleties, werden in latere jaren, op locaties waar reguliere vooroeversuppleties als gevolg van de aanwezigheid van geulen niet uitgevoerd kunnen worden, zogenaamde geulwandsuppleties uitgevoerd. 

Hoewel in 2001 is vastgesteld dat het hele kustfundament moet meegroeien – dus niet alleen het structurele zandverlies in de Momentane KustLijn zone dient gecompenseerd te worden, maar tevens het zandverlies in de zeewaartse en landwaartse zone (van de binnenduinenrij tot de doorgaande -20 m NAP dieptelijn) --, wordt er niet over het gehele profiel gesuppleerd. Suppleties vinden plaats op het strand, op de vooroever of een geulwand (oftewel uitsluitend in de kustnabije zone). Aangenomen wordt dat door de natuurlijke dynamiek, van hier het zand over het gehele kustsysteem wordt verdeeld, zodat ook de diepere zone en de duinen meegroeien en zodat alle kustfuncties optimaal profiteren van het suppletiezand. 

Samengevat geldt dat de suppletielocaties voor het zandvolume dat nodig is om het gehele kustfundament mee te laten groeien, in kustlangse richting worden bepaald door de plekken waar een overschrijding van de BasisKustLijn dreigt en door een evenwichtige verdeling over de deelsystemen Wadden, Holland en Delta van het kustfundament. In kustdwarse richting beperken de suppletielocaties zich vooralsnog tot de kustnabije zone (het strand en de brekerzone). Aangenomen wordt dat op termijn vanuit de suppletiegebieden, het zand zich over het hele kustprofiel zal verspreiden, waardoor het hele kustfundament meegroeit met de zeespiegel. 

Hypothesen

Suppletiezand wordt vanuit brekerzone verdeeld over het gehele kustprofiel.

Het zand van een strandsuppletie wordt verdeeld over het gehele kustprofiel.

Het zand dat wordt afgevoerd uit een suppletievak komt ten goede aan de aangrenzende kust (droge en natte deel).

Als gevolg van de uitgevoerde suppletiestrategie treedt er (op termijn) een positieve trendwijziging op in alle indicatoren in dwarsprofiel.

Suppleren draagt bij aan veiligheid door zeewaartse verplaatsing van het afslagpunt.

Card
idWanneer-suppleren
labelWanneer suppleren
titleWanneer suppleren



Te toetsen Hypothesen

De te suppleren hoeveelheid zand voor het meegroeien van het kustfundament (kubieke meters per jaar) dient jaarlijks aangevuld te worden.

NB: Deze hypothese staat niet geprogrammeerd in het KPP-B&OKust, de vraagstelling valt namelijk onder Kustbeleid. In 2012 wordt in overleg met KPP-Kustbeleid bekeken of en waar deze vraagstelling opgepakt moet worden.

 

 

Card
idProjectteam
labelProjectteam
titleProjectteam

Kernteam

Het kernteam van Deltares is verantwoordelijk voor:
• de vraagarticulatie,
• het uitzetten van de hoofdlijnen,
• de afstemming tussen deelprojecten,
• de afstemming met andere projecten,
• kwaliteitsborging.


Het Deltares kernteam KPP-B&OKust bestaat naast de projectleider uit een aantal specialisten. In het kernteam zitten tevens de projectleiders van KPP-Kustbeleid (waaronder het DeltaProgramma Kust) en KPP - DeltaProgramma Wadden. De kernteamleden zijn tevens betrokken bij projecten KPP-ANT Oosterschelde, KPP-LTV Schelde, Building with Nature Hollandse kust, zodat de activiteiten uit deze verschillende projecten op elkaar afgestemd zijn. 

Het kernteam komt tweewekelijks bij elkaar om de lopende zaken te bespreken. Daarnaast worden ieder overleg één of twee onderwerpen in meer detail gepresenteerd en besproken. Indien de onderwerpen relevant zijn voor teamleden van de Waterdienst nemen zij deel aan het kernteamoverleg. De data, agendapunten, besluiten en actiepunten voor het kernteamoverleg staan op de projectschijf en de projectwiki. 
De projectleider KPP-B&OKust neemt deel aan het maandelijks Programma Overleg Kust van de Waterdienst. Zo blijft de projectleider op de hoogte van de praktijk (ontwikkelingen bij de Waterdienst). In dit programma overleg wordt door de counterparts van de Waterdienst tevens terugmelding gegeven over de voortgang van de deelprojecten KPP-B&OKust. Verder is er de mogelijkheid om tijdens dit programma overleg de voortgang of resultaten van één van de deelprojecten in meer detail te bespreken met de Waterdienst.

Deelprojecten

Het project bestaat uit een aantal deelprojecten. Deze worden getrokken door Deltares medewerkers (deelprojectleiders). Samen met de counterparts van de Waterdienst zetten zij activiteiten uit en dragen zorg voor het leveren van de (eind)producten. 

Er wordt maandelijks een samenwerkdag georganiseerd voor de trekkers en de counterparts. De data, agenda en actiepunten is in het menu onder agenda terug te vinden (alleen toegankelijk voor het projectteam).

 

Deck of Cards
idTeams
Card
labelAgenda
Table of Content Zone
minLevel1
locationtop
typelist

Overleg kernteam

HTML
<br>


Hieronder staat een puntsgewijs overzicht van de agendapunten en besluiten en actiepunten. Voor meer details wordt verwezen naar n:\Projects\1206000\1206171\B. Measurements and calculations\Projectmanagement\Kernteam\ of neem contact op met Ankie.Bruens@Deltares.nl

HTML
<br>

Datum

Agenda

Besluiten & Actiepunten

24-01-2011 van 11.00 tot 12.30

Concept projectplannen 2011

Akkoord met voorgestelde activiteiten en budgetverdeling
Verdere uitwerking evaluatie suppleties toevoegen

14-02-2012 van 11.00 tot 12.30

Advisering suppletie onrustpolder

Vervolgbespreking medio maart
Eindproduct (memo) eind maart

28-02-2012 van 11.00 tot 12.30

SO Systeemgedrag kust
DP Wadden

In kernteamoverleg 2-wekelijkse terugmelding over voortgang
en benodigde afstemming

22-03-2012 van 10.00 tot 11.30

Delta Programma Wadden

Projectplan KPP-B&OKust sturen naar trekkers DP-Wadden.
Inhoudelijke afstemming tussen DP-Kust / DP-Wadden / B&OKust voortzetten

27-03-2012 van 11.00 tot 12.30

Volumeverandering dieper water

De analyse van de volumeverandering van diepere deel vooroever wordt als zeer waardevol gezien.
Naar aanleiding van eindrapportage Alterra (verwachting april / mei) wordt een besluit genomen over mogelijk vervolg.

10-04-2012 van 11.00 tot 12.30

Duinonderzoek OBN

Integreren van resultaten in beheerregisters.

24-04-2012 van 11.00 tot 12.30

Suppleren in buitendelta's

Onderzoekslijn getijbekkens en buitendelta helder en beknopt onder aandacht brengen. Relateren aan uitgevoerde suppleties (bv. Den Helder) en aan evt. toekomstige pilots grootschalige suppleties. Presentatie Edwin Elias in PO Kust van 9 mei.

08-05-2012 van 11.00 tot 12.30

Kernteam vervallen, tijd benut voor voorbereiding presentatie buitendelta's op PO Kust WD

Zie ppt voor WD

22-05-2012 van 11.00 tot 12.30

Bespreken document Bureau landwijzer m.b.t. buitendelta's

Morgen eindversie sturen naar DP en WD

12-06-2012 van 11.00 tot 12.30

Bespreken resultaten scenario berekeningen ALS

Verwerken resultaten in eindrapport - afstemmen vervolg modeltoepassinge

26-06-2012 van 11.00 tot 12.30

 

 

10-07-2012 van 11.00 tot 12.30

 

 

24-07-2012 van 11.00 tot 12.30

 

 

14-08-2012 van 11.00 tot 12.30

 

 

28-08-2012 van 11.00 tot 12.30

 

 

11-09-2012 van 11.00 tot 12.30

 

 

25-09-2012 van 11.00 tot 12.30

 

 

09-10-2012 van 11.00 tot 12.30

 

 

23-10-2012 van 11.00 tot 12.30

 

 

13-11-2012 van 11.00 tot 12.30

 

 

27-11-2012 van 11.00 tot 12.30

 

 

11-12-2012 van 11.00 tot 12.30

 

 

Samenwerkdagen trekkers Deltares & counterparts Waterdienst

HTML
<br>

Datum

Agenda

Besluiten & Actiepunten

29-02-2012 Delft

Resultaten 2011 - implicaties voor hyposthesen
Projectplan 2012

Akkoord hoofdlijnen projectplan 2012
Afspraken integrale eindrapportage 2012:
Begin april pilots (Algemeen -
Evaluatie suppleties - Toestand van de kust)

28-03-2012 Utrecht

Indiviuele afstemming tussen counterparts

 

25-04-2012 Delft

Presentatie conceptbeheerregister Ameland.
Individuele afstemming tussen counterparst.

Akkoord over aanpak beheerregister.

23-05-2012 Utrecht

Afgelast (individuele afspraken gemaakt)

 

20-06-2012 Delft

Presentatie Bayesian modelling
Presentatie hydrodynamische effecten
afsluiting Zuiderzee

 

18-07-2012 Utrecht

 

 

15-08-2012 Delft

 

 

12-09-2012 Utrecht

 

 

10-10-2012 Delft

 

 

7-11-2012 Utrecht

 

 

5-12-2012 Delft

 

 

Card
labelCounterparts Waterdienst

import
NavigationMenu
NavigationMenu

HTML
<div class="maincategories">

			<div class="categorynormal">

				<div class="categorytitle">
				Marian Lazar
				</div>

				<div class="categoryimage">
				

HTML
				</div>

				<div class="categorytext">
				Uitwisseling getijbekkens & Morfodynamiek eilandkoppen
				</div>

			</div>

			<div class="categorynormal">
				<div class="categorytitle">
				Gemma Ramaekers
				</div>

				<div class="categoryimage">
				

HTML
				</div>

				<div class="categorytext">
				Toestand van de kust & Evaluatie suppleties
				</div>
			</div>

			<div class="categorynormal">

				<div class="categorytitle">
				Petra Damsma
				</div>

				<div class="categoryimage">
				

HTML
				</div>

				<div class="categorytext">
				Ecologisch gericht suppleren
				</div>
			</div>

			<div class="categorynormal">

				<div class="categorytitle">
				Quirijn Lodder
				</div>

				<div class="categoryimage">
				

HTML
				</div>

				<div class="categorytext">
				Werking kustfundament & Herverdeling suppletiezand
				</div>
			</div>
			<div class="categorynormal">
				<div class="categorytitle">
				Harry de Looff
				</div>

				<div class="categoryimage">
				

HTML
				</div>

				<div class="categorytext">
				Projectleider
				</div>
			</div>

			<div class="categorynormal">
				<div class="categorytitle">
				Carola van Gelder - Maas
				</div>

				<div class="categoryimage">
				

HTML
				</div>

				<div class="categorytext">
				Projectmanagement
				</div>
			</div>




		</div>

			</div>

HTML
<br>
<br>
<br>
<br>
<br>
<br>
<br>
<br>
<br>
<br>
<br>
<br>
<br>
<br>
<br>
Card
labelDeelprojectleiders Deltares

import
NavigationMenu
NavigationMenu

HTML
<div class="maincategories">

			<div class="categorynormal">
				<div class="categorytitle">
				Ankie Bruens
				</div>

				<div class="categoryimage">
				

!

HTML
				</div>

				<div class="categorytext">
				Projectmanagement

                                Ondersteuning Rijkswaterstaat -
                                Beheerregisters
				</div>
			</div>
                        <div class="categorynormal">
				<div class="categorytitle">
				Alessio Giardino
				</div>

				<div class="categoryimage">
				

HTML
				</div>

				<div class="categorytext">
				Toestand van de kust
				</div>
			</div><div class="categorynormal">

				<div class="categorytitle">
				Edwin Elias
				</div>

				<div class="categoryimage">
				

HTML
				</div>

				<div class="categorytext">
				Uitwisseling getijbekkens &
                                Morfodynamiek eilandkoppen
				</div>

			</div>

			<div class="categorynormal">
				<div class="categorytitle">
				Ad van der Spek
				</div>

				<div class="categoryimage">
				

HTML
				</div>

				<div class="categorytext">
				Werking kustfundament &
                                Herverdeling suppletiezand
				</div>
			</div>

			<div class="categorynormal">

				<div class="categorytitle">
				Hariëtte Holzhauer
				</div>

				<div class="categoryimage">
				

HTML
				</div>

				<div class="categorytext">
				Ecologisch gericht suppleren
				</div>
			</div>

			<div class="categorynormal">
				<div class="categorytitle">
				Laura Vonhögen-Peeters
				</div>

				<div class="categoryimage">
				

HTML
				</div>

				<div class="categorytext">
				Ondersteuning Rijkswaterstaat -
                                Evaluatie suppleties
				</div>
			</div>





		</div>

			</div>

HTML
<br>
<br>
<br>
<br>
<br>
<br>
<br>
<br>
<br>
<br>
<br>
<br>
<br>
<br>
<br>
Card
idKernteam
labelKernteam

import
NavigationMenu
NavigationMenu

HTML
<div class="maincategories">

			<div class="categorynormal">

				<div class="categorytitle">
				

Ankie Bruens

HTML
				</div>

				<div class="categoryimage">
				

HTML
				</div>

				<div class="categorytext">
				Projectleider KPP-B&O Kust
				</div>

			</div>

			<div class="categorynormal">
				<div class="categorytitle">
				Joost Stronkhorst
				</div>

				<div class="categoryimage">
				

HTML
				</div>

				<div class="categorytext">
				Projectleider KPP-Kustbeleid
				</div>
			</div>
<div class="categorynormal">
				<div class="categorytitle">
				Albert Oost
				</div>

				<div class="categoryimage">
				

HTML
				</div>

				<div class="categorytext">
				Projectleider KPP-DP Wadden
				</div>
			</div>
			<div class="categorynormal">
				<div class="categorytitle">
				Ad van der Spek
				</div>

				<div class="categoryimage">
				

HTML
				</div>

				<div class="categorytext">

				</div>
			</div>

			<div class="categorynormal">

				<div class="categorytitle">
				John de Ronde
				</div>

				<div class="categoryimage">
				

HTML
				</div>

				<div class="categorytext">

				</div>
			</div>

			<div class="categorynormal">
				<div class="categorytitle">
				Zheng Bing Wang
				</div>

				<div class="categoryimage">
				

HTML
				</div>

				<div class="categorytext">

				</div>
			</div>

			<div class="categorynormal">
				<div class="categorytitle">
				Jan Mulder
				</div>

				<div class="categoryimage">
				

HTML
				</div>

				<div class="categorytext">
                                Kwaliteitsborger
				</div>
			</div>

		</div>

			</div>

HTML
<br>
<br>
<br>
<br>
<br>
<br>
<br>
<br>
<br>
<br>
<br>
<br>
<br>
<br>
<br>
<br>
<br>
<br>
<br>
<br>
Card
idAchtergrond
labelAchtergrond
titleAchtergrond

Achtergrond

De Nederlandse kust

De kust is van grote waarde voor Nederland: Vooroever, strand en duinen beschermen ons land tegen overstromingen. Daarnaast biedt de kust tal van mogelijkheden voor recreatie en natuur. 

Hoewel er op kleine tijd- en ruimteschalen sprake is van afwisseling tussen kustopbouw en kustafbraak, vertoont de Nederlandse kust gemiddeld genomen al duizenden jaren een eroderende trend. Dit wordt veroorzaakt doordat er sprake is van een grote zandvraag, terwijl er slechts een gering zandaanbod is. De grote zandvraag is het gevolg van een stijgende zeespiegel en van grootschalige ingrepen in de getijbekkens. Het geringe aanbod wordt veroorzaakt doordat de aanvoer van zand vanaf de diepere Noordzee bodem vrijwel tot nul is gereduceerd, terwijl er ook al heel lang nauwelijks zand uit de rivieren komt.

Dynamische kusthandhaving

Door de erosie verplaatst de kustlijn zich landwaarts. Functies zoals veiligheid komen onder druk te staan. In 1990 is dan ook besloten om de structurele erosie van de Nederlandse kust tegen te gaan, maar wel op zodanige wijze dat het dynamisch karakter van de kust gehandhaafd blijft. In de praktijk betekent dit dat het structurele zandverlies wordt aangevuld met suppleties. Het gesuppleerde zand wordt in de daarop volgende jaren door stroming, wind en golven weer over het kustprofiel verspreid. 

In eerste instantie ging het alleen om het handhaven van de basiskustlijn en het aanvullen van het zandverlies in een zone rond de laagwaterlijn. Sinds 2001 wordt breder invulling gegeven aan het begrip duurzame handhaving en wordt het verlies aan zand uit het gehele kustfundament, dat wil zeggen van de binnenduinrand tot aan de doorgaande -20m NAP dieptelijn, gecompenseerd. De meeste aandacht gaat daarbij nog wel primair uit naar de zone op en rond het strand (i.e. rond de laagwaterlijn).

Wetgeving, kustbeleid en kustbeheer

In de nieuwe Waterwet wordt onder andere gesproken over de volgende doelstellingen:

  • Voorkoming en waar nodig beperking van overstromingen.
  • Bescherming en verbetering van de ecologische kwaliteit van watersystemen.
  • Vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen.
  • Voorkoming of tegengaan van landwaartse verplaatsing van de kustlijn.

De maatregelen die in het kader van de Waterwet uitgevoerd worden, dienen getoetst te worden aan de natuurwetgeving. 

Het Nationaal Waterplan uit 2009 trekt de reeds bestaande lijn van het kustbeleid door en spreekt de volgende doelstelling uit: “het kabinet kiest ervoor de hoogte van het kustfundament te laten meegroeien met de zeespiegelstijging”. 

Als netwerkbeheerder van het subsysteem kust,  een taak die valt onder het Primaire Proces Beheer, Onderhoud en Ontwikkeling, heeft Rijkswaterstaat onder andere de volgende taken:

  • Uitvoeren van het beleid.
  • De functies van het netwerk optimaal tot hun recht laten komen.
Card
idVraagstelling
labelVraagstelling
titleVraagstelling

Vraagstelling Waterdienst

Bij het vaststellen van het beleid van dynamische kusthandhaving is aangegeven dat onderzoek aan het kustsysteem nodig blijft voor een goede uitvoering van het beleid. Met de huidige kennis kan Rijkswaterstaat op dit moment haar taak uitvoeren. Of met de huidige uitvoering haar taak op een efficiënte manier wordt ingevuld (ook op langere termijn), is met de huidige kennis lastig in te schatten. Daarom blijft ook nu doorlopend onderzoek nodig om de huidige en toekomstige problemen in beeld te brengen en alternatieve suppletiestrategieën die hier mee om kunnen gaan te ontwikkelen. 

De Waterdienst heeft Deltares gevraagd om in nauwe samenwerking met de Waterdienst, dit kustonderzoek dat nodig is voor het optimaliseren en toekomst vast maken van de suppletiestrategie, te programmeren. Dit heeft geresulteerd in het project Beheer & Onderhoud Kust (B&O Kust) dat in het kader van de raamovereenkomst tussen Deltares en het Ministerie van Infrastructuur en Milieu wordt uitgevoerd (aangeduid met Kennis voor Primaire Processen (KPP)).

Mijlpaal KPP-B&OKust

Het project KPP-B&OKust draagt bij aan mijlpaal 7 uit het KPP Werkprogramma 2012 voor het ministerie van Infrastructuur en Milieu: 

Section
Column
width2%
 
Column
width98%

Het project B&OKust draagt bij aan het optimaliseren van de suppletiestrategie (het verkleinen van het risico, het voorkomen van onnodige kosten en het vergroten van het rendement). Daartoe worden in 2012 adviezen gegeven over efficiencyverbetering, (meerjaren)programmeren, ecologische effecten van suppleties en regionale vraagstukken.