Versions Compared

Key

  • This line was added.
  • This line was removed.
  • Formatting was changed.

...

Deck of Cards
idToestvdKust
Card
labelToestand van de Kust

Inleiding

In dit deelproject wordt de toestand van de kust anno nu in beeld gebracht èn de Kustontwikkeling van 1965 tot heden. Het project geeft op een tijdschaal van tientallen jaren en op de schaal van de gehele Nederlandse kust inzicht in actuele toestand en de kustontwikkeling als gevolg van zowel de natuurlijke ontwikkelingen als de ontwikkeling onder invloed van ingrepen zoals suppleren. Deze kennis en informatie wordt gebruikt bij het opstellen van het suppletieprogramma. Daarnaast worden in dit deelproject hulpmiddelen ontwikkeld (MorphAn, de kustviewer en de beheerbibliotheek) ten behoeve van gebruik en/of visualisatie van data en het beschikbaar hebben van kennis.

Het deelproject heeft twee hoofddoelen:

  • Ondersteuning Rijkswaterstaat met betrekking tot waar het zandvolume aangevuld moet worden. Dit gebeurt door aan te geven waar de zandbuffer (gerelateerd aan kustindicatoren) beperkt is. Op locaties waar de zandbuffer beperkt is, kan bekeken worden hoe de kustmorfologie en de indicatoren zich in de voorgaande periode ontwikkeld hebben. Indien het niet in de verwachting ligt dat door natuurlijke kustdynamiek of uitwerking van voorgaande suppleties, de zandbuffer weer zal toenemen, kan overwogen worden om door suppleties de zandbuffer te vergroten.
  • Ondersteuning Rijkswaterstaat met betrekking tot suppletiestrategie . Door het effect van de uitgevoerde suppletiestrategie in de periode 1990 tot heden in beeld te brengen kunnen lessen getrokken worden met betrekking tot de toe te passen toekomstige suppletiestrategie.

In dit deelproject wordt daarnaast gewerkt aan het toetsen van de onderstaande hypothesen.

Te toetsen Hypothesen

Als gevolg van de uitgevoerde suppletiestrategie treedt er (op termijn) een positieve trendwijziging op in alle indicatoren in dwarsprofiel.

Suppleren draagt bij aan veiligheid door zeewaartse verplaatsing van het afslagpunt.

Het zand dat wordt afgevoerd uit een suppletievak komt ten goede aan de aangrenzende kust (droge en natte deel).

In onderstaand figuur staat aan welke onderdelen van de beheerregisters dit deelproject bijdraagt 

Nog toevoegen 

In 2011 is een keuze gemaakt in de indicatoren die geanalyseerd worden, klik hier voor een beschrijving. 

In dit deelproject wordt slechts in beperkte gemaakte gekeken naar het verspreidingsproces van zand; in de volgende twee deelprojecten komen de transportmechanismen van zand wel aan de orde.

 

Deck of Cards
idTstvandeKust
Card
labelToestand van de Kust
Toestand van de kust

Een belangrijk uitgangspunt van het kustbeleid is dat de achteruitgang van de kustlijn, die optreedt als gevolg van stroming in getijdegeulen en golven tijdens storm, wordt bestreden. Daarnaast is het kustbeleid er op gericht om het kustfundament op een tijdschaal van 200 jaar te laten meegroeien met de stijgende zeespiegel. Daarvoor moet extra zand aan het systeem worden toegevoegd, want van nature is er te weinig zand beschikbaar. De rivieren brengen vrijwel geen sediment meer naar de zee en ook vanuit de diepe Noordzee wordt er weinig zand aangevoerd. Bovendien ‘verdwijnt’ een deel van het sediment van het kustfundament in de getijdenbekkens van de Waddenzee en de zeegaten en estuaria van het Deltagebied. Deze getijdenbekkens trekken zand aan om zand om in balans te blijven met de relatieve zeespiegelstijging en om de gevolgen van menselijke ingrepen (zoals afsluiting van de Zuiderzee) te compenseren. Daardoor eroderen de buitendelta’s die in de zeegaten tussen de Waddeneilanden liggen. Hoewel dat laatste niet direct zichtbaar is, heeft het mogelijk wel belangrijke gevolgen, zoals een grotere golfaanval op de eilandkusten en de vastelandskust van de Waddenzee.

Achtergrond

Het bestrijden van de achteruitgang van de kustlijn, als gevolg van stroming in getijdegeulen en golven tijdens storm, vormt een belangrijk uitgangspunt van het kustbeleid. Daarnaast is het kustbeleid er op gericht om het kustfundament op een tijdschaal van 200 jaar te laten meegroeien met de stijgende zeespiegel. Voor beide doelen moet er extra zand aan het systeem worden toegevoegd, omdat er van nature te weinig zand beschikbaar is.

De rivieren brengen vrijwel geen sediment meer naar de zee en ook vanuit de diepe Noordzee wordt er weinig zand aangevoerd. Bovendien ‘verdwijnt’ een deel van het sediment van het kustfundament in de getijdenbekkens van de Waddenzee en de zeegaten en estuaria van het Deltagebied. Deze getijdenbekkens trekken zand aan om in balans te blijven met de relatieve zeespiegelstijging en om de gevolgen van menselijke ingrepen, zoals afsluiting van de Zuiderzee, te compenseren.  Daardoor eroderen de buitendelta’s die in de zeegaten tussen de Waddeneilanden liggen. Hoewel dat laatste niet direct zichtbaar is, heeft het mogelijk wel belangrijke gevolgen, zoals een grotere golfaanval op de eilandkusten en de vastelandskust van de Wadden.

Card
idIndicatoren
labelIndicatoren
titleIndicatoren
Keuze van indicatoren

Indicatoren, die het beste de evolutie van de kust morphologie beschrijven en gerelateerd kunnen worden aan de beleids doelstellingen, zijn geselecteerd in 2011. Deze indicatoren zijn onderverdeeld in vier categorieën volgens de tijd schaal op het moment van functioneren (zie onderstaande tabel): indicatoren voor korte termijn veiligeid, middel termijn veiligheid, lange termijn veiligheid en natuur en recreatie.

Desalniettemin, de grootste oorzaken met betrekking tot de morphologische ontwikkeling van de kust (kust management en de gevoeligheid voor stormen) zijn geanalyseerd, volgens het schema in de onderstaande figuur.


 

Card
labelFactsheets
Downloads

tt-01 toestand kust Noord-Holland

tt-02 toestand kust Zuid-Holland

tt-04 slufterdam

tt-05 trends in indicatoren

tt-06 Boschplaat

Card
idKustviewer
labelKustviewer
titleKustviewer

Kustviewer

Kustdata vormen een belangrijke basis voor de kennis over de kust. Deltares gebruikt de informatie voor projecten, zoals advisering over het beheer en onderhoud van de kust. Rijkswaterstaat kan niet zonder goede data voor het plannen van suppleties en andere ingrepen.

Tot voor kort was het gebruiken en combineren van gegevens vaak lastig, omdat deze versnipperd aanwezig waren bij diverse organisaties en vaak verschillend waren opgeslagen.

Om deze gegevens breder toegankelijk te maken, heeft Deltares een openbaar toegankelijke database en een Kustviewer ontwikkeld. Hiermee kan een ieder de ontwikkeling van de kust op een eenvoudig wijze bekijken. 

 

Achtergrondinfo Kustviewer


Open Earth -, Lizard - en Google Earth Technology

De kustviewer geeft voor de gehele Nederlandse kust een overzicht van de toestand van de kust, gebaseerd op de meest actueel beschikbare data. De toegepaste techniek voor de achterliggende database heet Open Earth (verdere toelichting OpenEarth). Deze is ontwikkeld door Deltares en zijn partners en zorgt er met name voor dat de informatie in een uniform format openbaar beschikbaar is. We doen dit door gebruik te maken van een open source internet standaard ( NetCDF) en een OpenDAP dataserver. 

In de kustviewer wordt de data uit de OpenEarth database getoond met behulp van de Lizard technology, ontwikkeld door Neelen & Schuurmans, in combinatie met de Google Earth technology. Deze technology zorgt er met name voor dat de data ook door niet-experts kan worden bekeken en gebruikt. De gegevens die worden getoond in de kustviewer zijn ook altijd actueel, doordat de Lizard technolgy is gekoppeld aan de meest actuele bron in de OpenEarth database. 

Klik hier voor een Link naar de databestanden in OpenEarth.
Klik hier voor een link naar de GoogleEarth bestanden. 
Klik hier om naar de Kustviewer in Lizard te gaan.

Voor iedereen

Dit maakt dat de kustviewer een handig portaal is voor iedereen die betrokken is bij de Nederlandse kust. Onderzoekers, gemeenten, beleidsmakers maar ook ondernemers in het kustgebied krijgen een beter inzicht in de ontwikkeling van de kust en het uitgevoerde kustbeheer.

Beheerbibliotheek kust

Er is natuurlijk al veel onderzocht aan de kust. Met die informatie en de informatie uit de database en kustviewer maken we momenteel een historisch overzicht van de kustontwikkeling in de tijd. Per kustvak geeft onze bibliotheek een overzicht van wat er al aan de kust is gedaan en de effecten daarvan. Dit historisch archief kan goed gebruikt worden bij het nemen van besluiten of bij de communicatie daarover.

Toekomst

De kustviewer richt zich nu met name nog op het ontsluiten van morfologische gegevens van de kust. We zien ook een duidelijke behoefte aan data die in relatie tot de natuurwetgeving en ander kustgebruik kan worden toegepast. In de toekomst kan de kustviewer daarom met ander type data uitgebreid worden. 

Vragen of aanbevelingen

De database, kustviewer en beheerbibliotheek zijn ontwikkeld als onderdeel van het project KPP-B&OKust dat Deltares in opdracht van Rijkswaterstaat, Dienst Water, Verkeer en Leefomgeving uitvoert. 

Mocht u vragen hebben over de database, kustviewer, of beheerbibliotheek dan kunt u contact opnemen met kustviewer@deltares.nl.
Aanbevelingen over verdere ontwikkeling en aanbevelingen over uitbreiding met ander type data uit ander openbaar beschikbare databases zijn van harte welkom.

OpenEarth principe

Section
Column
width70%



OpenEarth bestaat uit een integrale aanpak voor data en scripts. Hoewel het vaak over complexe data gaat, is de basisstructuur van OpenEarth eenvoudig gehouden. OpenEarth streeft erna om te werken met webservices zoals weergegeven in onderstaande figuren. Er zijn drie webservices: Voor visualisatie (3) wordt veelal gebruik gemaakt van OGC kml feeds (ook wel aangeduid als Google Earth feeds). Voor gepubliceerde data (2) wordt een OPeNDAP server gebruik. Voor ruwe data en de scripts (1) is een Subversion repository beschikbaar. Gebruikers volgen doorgaans de route 3  > 2 > 1. De ontwikkelaars volgen daarentegen de route 1 > 2 > 3. De ruwe data wordt aangevuld met metadata en met behulp van scripts omgezet in een goed bruikbare database (netCDF). Deze database sluit aan op de beschikbare open-source-standaard en wordt via internet beschikbaar gesteld. Klik hier om te zien welke internationale standaard toegepast wordt. Voor meer informatie over de OpenEarth database klik hier.

Column
width70%
 

 

 

Card
idBeheerbibliotheek
labelBeheerbibliotheek
titleBeheerbibliotheek

Beheerbibliotheek Kust

Section
Column
width70%

De Beheerbibliotheek van Rijkswaterstaat biedt een overzicht van beschikbare kennis over een bepaald kustvak. Een dergelijk overzicht maakt kennis praktisch toepasbaar, bijvoorbeeld voor het opstellen van een suppletieprogramma voor het betreffende kustvak.

Om voor een specifiek kustvak een suppletieprogramma op te stellen, is een goed overzicht van de beschikbare kennis nodig. Voor dat doel wordt per kustvak een Rijkswaterstaat beheerbibliotheek opgesteld. Deze bibliotheek beschrijft de toestand van het kustvak en omvat een samenvatting van morfologische, ecologische en socio-economische kennis die relevant is voor het vaststellen van het suppletieprogramma. Deze kennis komt onder meer voort uit het project KPP-B&O Kust. Verder bevat een beheerbibliotheek een beschrijving van het uitgevoerde kust- en duinbeheer, met nadruk op de eerder uitgevoerde suppleties, alsmede van de waargenomen effecten van dat beheer.

Rijkswaterstaat Waterdienst en Deltares zijn in 2012 gestart met het invullen van de Beheerbibliotheek. Naar verwachting zal de bibliotheek eind 2013 gevuld zijn met informatie over de kust van Schiermonnikoog, Ameland, Noord-Holland, Schouwen en Walcheren. Informatie over de rest van de kust volgt in de daaropvolgende jaren.

Aanvullend op de beheerbibliotheek heeft Deltares een Kustviewer ontwikkeld, met een achterliggende database van kustdata. Deze biedt op eenvoudige manier inzicht in de ontwikkeling van de kust.

Het onderstaande kaartje werkt het beste in Google Chrome. Soms is het noodzakelijk om de pagina te verversen voordat de juiste kaart wordt weergeven.

 

HTML
<div align="center">
<iframe frameborder="0" style="border:0"  width="800" height="640" scale="2" align="middle"  src="https://www.google.com/maps/d/embed?mid=1BqxERrVw2g8Qjk9B3L33DEVlct0"></iframe>
</div>
Column
width70%
 
Card
idData
labelData
titleData

Inleiding

Om wat meer inzicht te krijgen in de werking van de Kustviewer en de grafieken van de Beheerbibliotheek, wordt op deze pagina wat meer ingegaan op de bijbehorende achtergrond informatie. Wat betekenen alle lijnen nou precies, en wat is een vakloding?
Klik op het bijbehorende tablad om meer informatie te krijgen over de Kustviewer of de Beheerbiliotheek bestanden.

 

 

Deck of Cards
width100%
idtvdkuitleg
classdeckheader
Card
idKustviewer
labelKustviewer
titleUitleg Kustviewer

Inleiding

Er zijn veel gegevens over de Nederlandse kust beschikbaar. Deze gegevens zijn onder andere belangrijk voor het beheer en onderhoud van de Nederlandse kust. Het merendeel van deze data is al beschikbaar via OpenEarth Een belangrijk onderdeel van het OpenEarth principe is dat de gegevens voor iedereen beschikbaar moeten zijn.

Kijk op http://publicwiki.deltares.nl/display/OET/OpenEarth.

De problematiek is dat de data versleuteld zit in complexe bestanden en daardoor niet voor iedereen even toegankelijk is en bovendien niet snel te raadplegen.

De viewer is bedoeld om data (grafisch) voor iedereen toegankelijk te maken en om gegevens eenvoudig en sneller te kunnen visualiseren en diverse gegevens met elkaar te kunnen combineren.

De Kustviewer is op gezamenlijk initiatief van Rijkswaterstaat en Deltares voor bovengenoemd door Deltares ontwikkeld (een uniforme, openbaar toegankelijke database).

De Kustviewer geeft voor de gehele Nederlandse kust (dynamische) visualisaties van de beschikbare gegevens en is gebaseerd op Google Earth (http://www.google.com/earth/). De visualisaties zijn gebaseerd op de meest actueel beschikbare gegevens die regelmatig bijgewerkt en geactualiseerd worden. De Kustviewer kan als tool gebruikt worden door iedereen, die bijvoorbeeld met kustbeheer, onderhoud, suppleties en kustonderzoek te maken heeft.

De link naar alle KML files.


HTML
<h3>Algemene functionaliteiten Kustviewer</h3>
<p>De Kustviewer maakt gebruik van een aantal functionaliteiten van Google Earth, zoals de timeslider,  de in-uitzoom en de bewegingsfuncties. Met de kustviewer kunt u data, uit de beschikbare kaartlagen in het venster lezen en bekijken. Wat u als eerst kunt zien is het volgende:</p>
 
<h4> Google Earth venster 3D-viewer</h4>
<p>Een kaart van Nederland in de Google Earth 3Dviewer. Links ervan zijn verschillende mappen onder de kop "Kaartlagen". Links van het hoofdvenster ziet u mappen met de verschillende categorieën kaartlagen (zie rode kader ). Deze kunt u aanklikken.</p>

 Kaartlagen Categorieën kaartlagen


Vink een mapje aan om de kaartlagen te zien. Ga met de muis over de kaartlagen heen om een voorbeeld-afbeelding van de kaart weer te gegeven. U kunt een keuze maken om één of meerdere onderdelen te activeren.


Vink een mapje aan om de kaartlagen te zien

 

Specifieke uitleg voor de verschillende kaartlagen volgt verder beneden.

 

Google Earth gebruiksfuncties

 

De navigatieknoppen worden weergegeven in de rechterbovenhoek van de 3D-viewer. Als u de navigatieknoppen wilt weergeven en gebruiken, plaatst u de cursor in de rechterbovenhoek van de 3D-viewer. De navigatieknoppen worden automatisch weergegeven wanneer u dit doet. De knoppen verdwijnen weer wanneer u de cursor verplaatst.


  1. Zoomen, In-en uitzoomen kan op twee manieren:
    1. In-en uitzoomen met de muis.
      1. Dubbelklik op de kaart om in te zoomen. Uitzoomen kan niet op die manier.
      2. Blader een aantal keer omhoog (van u weg) met het muiswiel om in te zoomen. U kunt weer uitzoomen door de tegenovergestelde handelingen uit te voeren.
    2. In-en uitzoomen met de navigatieknoppen.
      1. Zoom in door op de "plus" -knop te klikken. Klik en houd de knop ingedrukt om te blijven inzoomen.
      2. Zoom uit door op de "min" -knop te klikken. Klik en houd de knop ingedrukt om te blijven uitzoomen
  2. Navigeren, De navigatieknop voor verplaatsen is de middelste van de knoppen (2) en bevat een handpictogram:
    1. Klik op een pijl om in die richting te bewegen.
    2. Klik op een pijl, houd de muisknop ingedrukt en versleep de muis om sneller te verplaatsen.
  3. Naar het zijaanzicht draaien (3D-view),

    Met het zijaanzicht kunt u hoogteverschillen op de kaart zien. De knop voor 3D kijken is de bovenste van de knoppen (3) en bevat een oogpictogram.

    1. Klik op een pijl om in die richting te kijken.

    2. Klik op peen pijl, houd de muisknop ingedrukt en sleep buiten de 3Dknop voor om uw gezichtshoek sneller te draaien.
    3. Klik en versleep de buitenste ring van de joystick voor kijken. Hierdoor wordt de weergave gedraaid.

 

Voor meer informatie over de navigatiefuncties van Google Earth, kijk op: https://support.google.com/earth/answer/176674


Timeslider

Met de timeslider (=schuifregelaar voor de tijd) kunt u gegevens die tijdsinformatie bevatten opeenvolgend bekijken. U kunt bijvoorbeeld metingen bekijken die binnen een bepaalde periode zijn opgenomen en deze visueel volgen. Als u gegevens heeft gedownload die tijdsinformatie bevatten (zoals GPS-tracks), kunt u deze informatie met de schuifregelaar voor tijd opeenvolgend in Google Earth bekijken. U kunt bijvoorbeeld GPS-tracks bekijken die binnen een bepaalde periode zijn opgenomen en deze tracks visueel volgen.

De timeslider afspelen: Om een animatie van de reeks af te spelen drukt u op de  “play/afspeelknop”, die boven de kaart te zien is (zie Algemene functionaliteiten Kustviewer). Dit werkt het beste wanneer u de bereikmarkering instelt op een bereik dat kleiner is dan de hele reeks. Ziet u niks gebeuren moet u de bereikmarkering vergroten (Zie voorbeeld hieronder met bereikmarkering van 6 jaar).

Om de timeslider terug te zetten naar het startpunt: Om naar het beginjaar terug te springen, kunt u op de “terug-spoel/resetknop” drukken.

 

Timeslider

  1. Het eerste jaar van beschikbare informatie van de kaartlaag. Het begin van de jaarspanne.
  2. Het begin van de bereikmarkering. Sleep deze naar links of rechts om het tijdsbereik van de weergegeven gegevens te wijzigen en een eerder of later tijdsbereik in te stellen.
  3. Het einde van de bereikmarkering. Sleep deze naar links of rechts om het tijdsbereik van de weergegeven gegevens te wijzigen en een eerder of later tijdsbereik in te stellen. 
  4. Het laatste jaar van beschikbare informatie. Het einde van de jaarspanne.
  5. Klik hierop om het tijdsbereik van de weergegeven gegevens te wijzigen naar een eerdere datum.
  6. Klik hierop om het tijdsbereik van de weergegeven gegevens te wijzigen naar een latere datum.

Kijk voor verdere informatie ook op:

https://support.google.com/earth/answer/183758?hl=nl&ref_topic=2376751

 

Kustviewer werkbalk

Boven van het Google Earth beeld zijn verschillende knoppen en balken te zien:

  1. Deze knop zoomt uit terug naar het startbeeld, als u ingezoomd heeft naar een locatie.
  2. De terugspoelknop rechts daarnaast is te gebruiken In combinatie met de timeslider, die ook in het beeld te zien is (zie voor uitleg “timeslider”). Drukt u deze knop dan springt de timeslider terug naar het beginjaar (hier 1926).
  3. De “play/afspeelknop” is te gebruiken In combinatie met de timeslider zie timeslider). Drukt u deze knop dan wordt de animatie van de reeks afgespeeld (hier met een bereikmarkering van ca. 10 jaar met 1926 als beginjaar en 2012 als eindejaar).
  4. De afspeelsnelheid (van de timeslider) kan veranderd worden door de zwarte balk op de lijn te verschuiven. De standaard instelling is 5 jaar per seconde.
  5. De Jaarspanne van de grafieken kan veranderd worden door de zwarte balk op de lijn te verschuiven. De standaard instelling is 1920 tot 2020.

 

Kaartlagen Morphodynamiek

Vaklodingen

Deze kaartlaag toont (met behulp van de timeslider) de verschillende vaklodingen, gemeten vanaf 1926 tot heden. De link naar alle KML files.

 

Deze kaartlaag toont (met behulp van de timeslider) de verschillende vaklodingen, gemeten vanaf 1926 tot heden

Toggle Cloak
Klik hier voor meer informatie over vaklodingen

Cloak

Vaklodingen zijn met een vastgestelde regelmaat uitgevoerde dieptemetingen van de kust en zeebodem van de Waddenzee, Nederlandse Kustwateren en de Zeeuwse Delta. Omdat het niet mogelijk is alle gebieden in één keer in een jaar op te nemen, zijn deze gebieden opgedeeld in deelgebieden (vakken). Deze kunnen op een redelijke wijze binnen een meetseizoen worden ingewonnen. Voor de Waddenzee betreffen dit gebieden gelegen tussen de verschillende wantijen. Langs de Nederlandse kust gaat het om de grote zeegaten en de stabiele kusten van Noord- en Zuid-Holland, zie onderstaande grafieken.

Tegenwoordig worden de metingen uitgevoerd door een combinatie van Single Beam echo-sounding voor de diepere gebieden tot -50cm NAP (met name de geulen) en LIDAR (laseraltimetrie) opnames voor de ondiepere en gebieden waar het schip niet of moeizaam kan komen (vooral hogere gebieden en droogvallingen en de landwaartse kustgebieden → zie kusthoogte Lidar). (Elias & Wang, 2013) Waar mogelijk en beschikbaar, worden de Vaklodingen aangevuld met de lodingen en hoogtemetingen van de Jaarlijks Kust- en oevermetingen en regionale project- en beheerslodingen (RWS; Visser). De onderlinge raaiafstand is normaal 200 m. Alleen de vakken die als stabiele kust zijn gekenmerkt, hebben een onderlinge raaiafstand van 1 km. In deze gebieden is de morfologische dynamiek zodanig laag en de te leveren inspanning naar verhouding zo hoog, dat een grotere raaiafstand verantwoord is. In het kader van projectlodingen (bv. Moneos in de Westerschelde) worden enkele vakken frequenter ingewonnen. De zeewaartse begrenzing wordt bepaald door de –20m NAP-dieptelijn. Ter voorkoming van hiaten en abrupte optische overgangen in een samengesteld grid, overlappen de verschillende vakken elkaar enigszins.

De vakken worden volgens een vast schema en frequentie ingewonnen. In grote lijnen ziet het schema er als volgt uit: de vaklodingen in het binnengebied van de Waddenzee en Oosterschelde worden 1 x per 6 jaar ingewonnen.[1] De kuststreek (zie afbeelding boven, frequentie in rood) van de Waddeneilanden en Zeeuwse eilanden wordt jaarlijks ingemeten. Het buitengebied van de Waddenzee en de Zeeuwse Delta, de Hollandse kust en de Westerschelde worden 1 x per 3 jaar ingewonnen. (Dit zijn dus de stabiele kusten en de dynamische zeegaten).

Door diverse (weers- en capaciteits-) omstandigheden kunnen de werkzaamheden uitlopen tot meerdere maanden, maar er wordt naar gestreefd om een vaklodinggebied binnen één jaar in te meten. Voorheen was de inwinning voornamelijk afhankelijk van de beschikbare capaciteit bij de verschillende meetdiensten. Nu deze taken op de “markt” zijn gezet, is een strakkere inwinning geborgd. Voor de metingen worden meerdere boten gebruikt. (Kruif, 2001)

 

Voor de vaklodingen geldt (voor de relatief ondiepe Nederlandse kustwateren) een verticale meetnauwkeurigheid van 10 – 15cm. Met de vergridding door DIGIPOL[2] wordt deze onnauwkeurigheid aanzienlijk geringer (Kinneging). De vlakdekkende hoogtedata van elk vak wordt m.b.v. DIGIPOLgeïnterpoleerd tot een 20 x 20m grid en digitaal in de Centrale Donar (Data Opslag Natte Rijkswaterstaat) Database opgeslagen in de vorm van 10 x 12.5 km grote kaartbladen. De ruwe hoogtedata wordt door Rijkswaterstaat verwerkt en gecorrigeerd voor fouten. De data die voor beschikbare dieptegegevens van het Nederlandse Kustsysteem gebruikt is, is afkomstig van verschillende instituten. Gegevens van de diepere delen (beneden de -20 m lijn) zijn afkomstig van de Hydrografische dienst, de delen dichter bij de kust (boven de -20 m lijn) zijn door, of in opdracht van, Rijkswaterstaat opgenomen. (de Kruif, 2001)

De vaklodingen en de Lidar data worden ondermeer gebruikt voor de analyse van het gedrag van de bodem, omdat de veranderingen in de bodemmorfologie hierin goed te volgen zijn. Hierdoor kan dan bijvoorbeeld de effectketens rond bodemdaling door gaswinning geanalyseerd worden. Morfologische veranderingen hebben invloed op andere systeemparameters. Daarom kunnen uit de gegevens parameters afgeleid worden, die relevant zijn voor het biotische systeem (Elias & Wang). Belangrijk bij de vaklodingen is de morfologische gelijkvormigheid[3]. Alleen dan kunnen op basis van deze data vergelijkingen gedaan worden en inzichten gewonnen worden van de kustontwikkelingen.



[1] De bathymetrie van het binnengebied van de Waddenzee wordt jaarlijks doormiddel van LIDAR gemeten.

[2] DIGIPOL is een interpolator. Een programma, dat uit dieptekaarten maakt uit radarbeelden, hier lodingen.

[3] Dit geldt ook voor JarKus en kusthoogtemetingen.

 

Jarkus

Algemeen

Deze kaartlaag geeft alle JarKus-raaien van de Nederlandse kust weer. De link naar alle KML files.

 Deze kaartlaag geeft alle JarKus-raaien van de Nederlandse kust weer

Zoom in om een specifieke raai te selecteren. Hiermee wordt een informatievenster geopend, met daarin de volgende tabbladen: Info (algemene  informatie), Timestack 1, Timestack 2 en Indicatoren. Bij alle tabbladen kunt u de afbeelding als beeld (.png) of als pdf-document (.pdf) downloaden en opslaan of de data als een Excel-tabel openen en opslaan (zie rode kast in afbeelding boven). Naast het venster klikken, zorgt dat het venster weer verdwijnt. Hier wordt een kruisje geplaatst.


 

Wijzig weergave JarKus raaien

 

U kunt de weergave van de JarKus raaien veranderen. Om de verschillende toepassingen voor de JarKus te gebruiken kunt u de Google Earth Toolbar (rechts in de afbeelding) gebruiken. Behalve de grafieken en de informatie in het pop-up scherm, is voor elke raai ook het profiel te bekijken. Zoom in op een raai (of een aantal raaien) en kantel en draai de weergave met behulp van de Google Earth Toolbar zodanig dat de raaien in zijaanzicht te zien zijn. 

Wijzig weergave JarKus raaien

Links onder de kaartlagen kunt u dus de opties “Weergave” en “Acties” vinden. Bovenaan ziet u meerdere opties onder “weergave”, die visuele effecten hebben op de JarKus-raaien.

 

  1. Ophoging: Verhoogt de raai ten opzichte van het NAP. Dit zorgt voor een betere zichtbaarheid van de gehele raai, omdat het onderwater liggende gedeelte nu ook zichtbaar kan worden. Schuif hiervoor de zwarte balk op de lijn. De standaardinstelling is 40 meter.
  2. Opschaling: Intensiveert de fluctuaties van de raai. Hiermee kunt u de vorm van de raai veranderen en fluctuaties duidelijker zien. Schuif hiervoor de zwarte balk op de lijn. De standaardinstelling is 4 meter.
  3. Uitvullen: Vult het gebied vanaf NAP niveau tot de (opgehoogde) raai.
  4. Met de kleurenmap kunnen de kleuren van de JarKus- raaien veranderd worden. Verschillende sets van kleurencombinaties zijn beschikbaar. Deze opent in een klein apart venster als u op “Kleurenmap” klikt.
  5. Verschuiving: Deze optie verschuift de JarKus-raaien horizontaal van verschillende jaren uit hetzelfde transect uit elkaar. Dit zorgt voor een beter visueel effect tijdens bijvoorbeeld vergelijkingen.

Belangrijk! Om de aangebrachte wijzigingen te kunnen zien, moet u op “Wijzig weergave” drukken. Hierdoor zullen de gekozen aanpassingen op de map weergegeven worden.


Ter vergelijking: De afbeelding (boven) toont de JarKus-raaien met standaardinstellingen, die beneden toont de JarKus-raaien met een uit gevuld profiel en met een verschuiving van 1m.

Geologische JarKus profielen

Onder het kopje “Acties” kunt u Geologische JarKusprofielen aanklikken. Hierbij verschijnt de grafiek van het geologische JarKusprofiel. Klik de raai van interesse aan. Een venster verschijnt, waarin het profiel als grafiek getoond wordt. Aangegeven worden netto-veranderingen van het hogere strand-gedeelte en de zeereep, voor elk jaar tijdens een gegeven periode die vergeleken is met voorafgaande jaren. Hieraan kan onder andere gezien worden wanneer erosie plaats gevonden heeft en wanneer grote accumulaties, zoals na bijvoorbeeld grote zandsuppleties. 

 

Geologische Jarkus Profielen

 

Toggle Cloak
Klik hier voor meer informatie over Jarkus

Cloak

In alle JarKus (Jaarlijkse Kustmetingen) worden jaarlijks de diepte- en hoogtemeting van de zandige kust opgenomen. De kustmetingen vormen de basis voor de toetsing van de Momentane Kustlijn t.o.v. de Basis Kustlijn. De gegevens van de JarKus worden opgenomen en opgeslagen in DONAR (Data Opslag Natte Rijkswaterstaat. Een database waar de kaartbladen opgeslagen worden). De JarKusdata zijn sinds 1964 beschikbaar in de vorm van raaien (en heden in beperkte mate ook als vlakdekkende grids). Op het strand stonden en staan soms nog steeds als referentiepunten om de 200 - 250m strandpalen. Deze strandpalen waren voorheen in het beheer van het Rijk, en werder Rijksstrandpalen genoemd. Het beheer hiervan is inmiddels deels overgedragen aan de waterschappen. De benaming van de referentielijn van het raaienstelsel heeft wel de naam Rijksstrandpalenlijn of RSP-lijn behouden.” De strandpalen langs de Hollandse kust zijn genummerd in kilometers vanaf de Kop van Den Helder naar het zuiden toe tot Hoek van Holland. Bij de Zeeuwse- en Waddeneilanden begint de nummering telkens opnieuw. Op de palen op het strand staat het aantal kilometers in grote letters met daarnaast het aantal meters in kleine letters. Bijvoorbeeld paal 35500 (JarKus raai 3550) is de paal die 35 kilometer en 500 meter ten zuiden van de Kop van Den Helder staat.

De JarKus omvatten de onderdelen hoogtemetingen, die betrekking hebben op het droge gedeelte van de kust en dieptemetingen, die betrekking hebben op het onderwatergedeelte van de kust. De metingen worden gedaan tot en met de eerste duintop (eerste zeereep) als bovengrens. De rest van het duin (t/m de derde zeereep) wordt gemiddeld eenmaal per vijf jaar gemeten. Elk jaar beoordeelt Rijkswaterstaat aan de hand van de Jaarlijkse Kustmetingen de trend van de afgelopen jaren (maximaal tien jaar) of de kust voldoet aan de norm (de BKL). Met een dergelijke jaarlijkse toetsing wil Rijkswaterstaat tijdig een structurele kustachteruitgang langs de Nederlandse kust signaleren. (Kustlijnkaartboek, Rijkswaterstaat)

Voor JarKus is de Nederlandse kust onderverdeeld in 17 verschillende kustvakken, met in totaal ongeveer 2500 meetraaien. Actueel zijn er nu zo’n 2011 raaien welke worden bemeten t.b.v. JarKus. Voor JarKus en aanvullende landelijke en regionale projecten zijn er totaal ongeveer 6875 raaien gedefinieerd.

Het raaienstelsel is opgebouwd uit een hoofdraai (Rijksstrandpalenlijn = parallel aan de kust) en
 meetraaien die in beginsel loodrecht op de hoofdraai staan.
 De 
hoofdraai voor de JarKus is een rechte lijn met knikpunten, die in het terrein buitendijks is uitgezet naar analogie van de vorm van de kustlijn. De hoofdraai wordt in het terrein gemarkeerd door hoofdpalen. De feitelijke meetraaien staan in beginsel loodrecht op de hoofdraai, met een onderlinge afstand van 200 - 250 meter. Vanuit de knikpunten van de hoofdraai is een aantal meetraaien waaiervormig uitgezet. De JarKusmetingen omvatten hoogtemetingen en dieptemetingen. Eenmaal per jaar, na het stormseizoen vanaf omstreeks februari, worden langs de gehele Nederlandse Kust vlakdekkende hoogtemetingen verricht door middel van laseraltimetrie. Met het verkregen DTM  (digital bla bla) kan per raai de benodigde hoogtedata worden bepaald.

Van elk kustvak wordt het droge gedeelte, hoger dan ca. -50cm NAP met laseraltimetrie ingemeten. Dit gebeurt bij laagwater vanuit een hiertoe speciaal uitgerust vliegtuig. Deze metingen worden in het voorjaar uitgevoerd, voordat hinder wordt ondervonden van bladgroei aan bomen en struiken en andere vegetatie. Vroeger is het droge gedeelte met waterpassing gedaan, vervolgens met stereofotogrammetrie en inmiddels met behulp van laseraltimetrie (LIDAR) (vanuit het vliegtuig). Uit de opnames wordt er 1 meetwaarde per 5m gehaald, waarbij deze opnamen met die van het natte gedeelte elkaar voor soms ongeveer 60% overlappen. De ondergrens van het droge gedeelte van de meting ligt ongeveer +30cm hoger dan de gemiddelde laagwaterlijn; deze wordt bij voorkeur tijdens LLWS (laagtse laagwater tijdens springtij) gemeten. De bovengrens van het natte gedeelte van de meting ligt -50cm NAP; deze wordt bij hoogwater gemeten. Hierdoor ontstaat in het ideale geval een overlap, wat de nauwkeurigheid van de overgang ten goede komt. Maar soms is deze overlap geheel niet.

De grenzen van het droge gedeelte zijn de eerste duintop en de gemiddelde laagwaterlijn. Het natte gedeelte van de JarKus wordt gelood bij hoogwater met het vaartuig. Op een raai worden met behulp van echosounder ongeveer 3 waarnemingen per strekkende meter verricht. Deze worden later softwarematig uitgemiddeld  en op de ideale raai geprojecteerd tot 1 waarde per strekkende 10m (= geschematiseerd). Dit maakt vergelijkingen met eerdere metingen mogelijk. De oorspronkelijke waarnemingen zijn Raai Globaal: dat betekent dat elke meetwaarde beschikt over een x-, y- en z-waarde. De geschematiseerde waarden zijn geprojecteerd volgens voetmaat/loodlijn: 0-punt (= oorspronkelijke strandpaal), richting, stapgrootte (5 of 10m) en afstand.

De lodingen van de JarKus bevatten tenminste de zone van de brandingsruggen (brekerbanken). Dit betekent dat de lengte van de raaien tot ongeveer de lijn van NAP-5m of NAP-8m reikt (afhankelijk van de steilheid van de zeebodem en de te leveren inspanning (kosten)). Indien de veldomstandigheden deze voorwaarde niet toelaten kan ook gekozen worden voor “halverwege of de overzijde van de geul”. Dit is in de raaidefinitie inbegrepen. De landwaartse begrenzing voor het natte gedeelte van de raaien ligt op minimaal -50cm NAP. De meest zeewaarts gelegen afstand loopt per raai voor jaarlijkse dieptemetingen uiteen van 600m tot 3650 m vanuit het gedefinieerde 0-punt (= de Rijksstrandpalenlijn (watervragen.nl))

Let op, de JarKus en de kusthoogte-metingen (zie kusthoogte (Lidar)) zijn verschillende metingen. De methodiek is gelijksoortig (laseraltimetrie) en de hoogte-informaties vullen elkaar aan en/of worden met elkaar vergeleken, maar JarKus wordt alleen op de raaien gedaan, terwijl de kusthoogte-metingen het gehele kustgebied omvatten. Ze zijn dus niet hetzelfde, maar wél aanvullend.

Voor meer informatie, kijk naar het rapport RIKZ-95.022 “JAARLIJKSE KUSTMETINGEN - Richtlijnen voor de inwinning, bewerking en opslag van gegevens van jaarlijkse kustmetingen”. Ook is de Kustlijnkaarten een interessante aanvulling hierop. Te vinden op:

http://www.rijkswaterstaat.nl/water/veiligheid/bescherming_tegen_het_water/veiligheidsmaatregelen/kustlijnzorg/kustlijnkaarten/

 

Bron1: Wim Visser, RWS-CIV

Bron:2 http://www.watervragen.nl/water-abc?pid=60&sid=511:JARKUS

 

 

Kusthoogte (Lidar)
Vaklodingen info
Kusthoogte info
Kusthoogte vlieglijnen
Actueel Hoogtebestand Nederland
Korreldiameter (uit VTV)
Deze kaartlaag toont de kusthoogte vanaf 1996 tot heden. Deze is bepaald met behulp van laserpulsen (Lidar). Gebruik de timeslider om de hoogtebestanden te bekijken.Per vakloding kan informatie opgeroepen worden door het aanklikken van de vierkanten in het kustvak. De volgende informatie wordt weergegeven: coördinaten, beschikbare tijdspunten van meting en meta informatie.Per kustvak kan informatie opgeroepen worden door aanklikken van de vierkanten. De volgende informatie wordt weergegeven: coördinaten, beschikbare tijdspunten van meting, meta informatie.Bij deze kaartlaag verschijnen vlieglijnen langs de kust. Als u een lijn aan klikt, verschijnt de datum van de bepaling/meeting en de code van de lijn. Gebruik de timeslider om de vlieglijnen van verschillende jaren te bekijken.Hier ziet u een digitale hoogtekaart, het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN), een bestand met voor heel Nederland gedetailleerde en precieze hoogtegegevens, ten opzichte van het  NAP. De kaart en informatie kunnen op www.ahn.nl gevonden worden.Deze optie geeft de Korrelgroottemetingen langs de Nederlandse kust per transect weer.

 

Toggle Cloak
Klik hier voor meer informatie over de termen van de tabel

Cloak
Vaklodingen info

Hier wordt informatie over het gekozen vak getoond. De informatie is afkomstig van Rijkswaterstaat. Daarbij verschijnen de coördinaten van het vak, de beschikbare tijdspunten van gedane metingen en onder de kop meta informatie zijn twee links te vinden, die naar de THREDDS Data Server (een web server) lijden, waar u metadata over de vakloding kunt vinden.

Kusthoogte info

Hier wordt informatie over de kusthoogte van het gekozen vak getoond. De informatie is afkomstig van Rijkswaterstaat. Hierbij verschijnen de coördinaten die het vak heeft, de beschikbare tijdspunten van gedane metingen en onder de kop meta informatie zijn twee links te vinden, die naar de THREDDS Data Server (een web server) lijden, waar u metadata over de kusthoogte kunt vinden.

Kusthoogte vlieglijnen

Dit zijn de lijnen die een vliegtuig gevlogen heeft om de kusthoogte te kunnen meten met behulp van Lidar.

Actueel Hoogtebestand Nederland

Het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN, vaak ook Algemeen Hoogtebestand Nederland genoemd) is een bestand met voor heel Nederland gedetailleerde en precieze hoogtegegevens. Een digitale hoogtekaart als het ware, die door de waterschappen, Provincies en Rijkswaterstaat gebruikt wordt voor waterbeheer en waterkeringsbeheer.

Voor heel Nederland is van elke stukje grond van een halve bij een halve meter bekend hoe hoog het ligt ten opzichte van het NAP. Omdat Nederland een oppervlakte heeft van ongeveer 33.800 vierkante kilometer, zijn dat 135 miljard hoogtewaarden.

De hoogte wordt gemeten met laseraltimetrie (laserhoogtemeting, Lidar): een techniek waarbij een vliegtuig of helikopter met een laserstraal het aardoppervlak aftast. De meting van de looptijd van de laserreflectie en van de stand en positie van het vliegtuig resulteren samen in een heel nauwkeurige meting van de hoogte. Tussen 1997 en 2003 werd Nederland voor het eerst op deze manier gemeten. De hoogte van geheel Nederland is bekend met een precisie van ongeveer 15 centimeter en dat voor elke zestien tot zelfs één vierkante meter. Vanaf 2007 hebben de waterschappen en Rijkswaterstaat een nieuwe versie laten maken die gedetailleerder en preciezer is: het AHN-2. In 2012 zal van heel Nederland voor elke 0,5 x 0,5 meter de hoogte gemeten zijn met een precisie van ongeveer 5 centimeter. De originele laserpuntreflecties worden geïnterpoleerd tot een rasterbestand met één hoogtewaarde per 50 x 50 cm.

Voor meer informatie kijk op: www.ahn.nl (=bron)

Kusthoogte (Lidar)

De kusthoogte met Lidar vindt zijn oorsprong in JarKus en wordt elk jaar sinds 1996/97 gemeten m.b.v. Lidar. (hiervoor sinds 1965 als onderdeel van de JarKus, middesl waterpassingen en stereofotogrammetrie). Bij de kusthoogtemetingen wordt jaarlijks tot en met aan de eerste zeereep/eerste duinenrij/duinentop gemeten en een keer in de 5 jaar tot de 3de duinenrij. De hoogte van de kust wordt gemeten met laseraltimetrie (laserhoogtemeting, Lidar): een techniek waarbij een vliegtuig of helikopter met een laserstraal het aardoppervlak aftast (zie de kaartlaag “vlieglijnen” om te zien waar het vliegtuig gevlogen is). De meting van de looptijd van de laserreflectie en van de stand en positie van het vliegtuig resulteren samen in een heel nauwkeurige meting van de hoogte. Hierbij wordt de zelfde procedure gehandhaafd als bij het AHN2 (kijk Actueel Hoogtebestand Nederland voor informatie). De metingen vinden in het ideaal plaats op het moment van het laagste laagwater bij springtij (LLWS) maar in ieder geval 30cm boven de gemiddelde laagwaterlijn (GLW + 30cm).

Voorheen werden de hoogtemetingen (cf waterpassingen) als aanvulling voor de vaklodingen gebruikt, inmiddels (ingaande 2009) is dit andersom, omdat de laseraltimetrie een zeer nauwkeurige meetwijze is. De zogenoemde “Raw” points zijn per 1m genomen. Op deze punten wordt de “ruwe” data verzameld, deze houdt niet alleen hoogte-waarden, maar ook classificatie-waarden, intensiviteit-waarden en sommige andere attributen in. De resolutie van de data is 20x20m. De data voor de kusthoogte is afkomstig van RWS. (Gerben J. de Boer & Thijs van Kessel, Deltares)

Lidar (LIght Detection And Ranging of Laser Imaging Detection And Ranging) is een technologie die de afstand tot een object of oppervlak bepaalt door middel van het gebruik van laserpulsen.

Let op, de kusthoogte-metingen zijn niet de JarKus. De methodiek is gelijksoortig (laseraltimetrie) en de hoogte-informaties vullen elkaar aan, maar zijn niet hetzelfde. 

Grenzen kustbeleid

Kaartlaag Basiskustlijn 2001 en Basiskustlijn 2012

Deze kaartlaag geeft de Basiskustlijn (BKL) van 2001, respectievelijk 2012 weer. Bij aanklikken van de lijn wordt de ID (kustvaknummer) en de lengte weergeven van de kustlijn in dat kustvak.

Basiskustlijn 1990 – heden

Deze kaartlaag geeft de Basiskustlijn van 1990 tot heden weer. Gebruik de timeslider om de veranderingen van de Basiskustlijn tussen de jaren 1990 tot heden te kunnen zien. NB: Op veel plaatsen is de kustlijn ongewijzigd, en zal dus ook geen verandering te zien zijn. Door de timeslider op het gehele tijdsbereik in te stellen is te zien op welke locaties wijzigingen hebben plaatsgevonden.

Kustfundament

Hier verschijnt het gehele (zogeheten) kustfundament van Nederland, die van de binnenduinrand landwaarts en de doorgaande NAP -20 m lijn zeewaarts begrensd wordt. Het kustfundament visualiseert de begrenzing van het balansgebied, waar tussen de kust en het kustfundament morfodynamische processen plaats vinden.

JarKusraaien

Bij aanklikken worden alle JarKusraaien met nummering getoond.

Toetsraaien

Bij aanklikken worden JarKusraaien met nummering getoond, die bij de jaarlijkse toetsing van de kustlijnligging worden gebruikt.

RWS Dijkringgebied

Bij aanklikken worden worden de dijkringgebieden van Nederland weer gegeven. Door op het gewenste gebied te klikken wordt er extra informatie weergegeven, zoals Dijkring naam en nummer, norm frequentie, oppervlakte en perimeter.

Kaarten Kustlijnen (TKL,BKL)

 

Hier kunt u per kustvak (vanaf 1990 tot heden) de ligging van de basiskustlijn (BKL) bekijken. (Gebruik de timeslider). Vink het kustvak van interesse (één of meerdere) aan. Het verschil tussen de positie van de TKL en de BKL (beide gemeten ten opzichte van de rijksstrandpalenlijn) is het resultaat van de toetsing. Ook wordt de trend van de kustlijnontwikkeling (zeewaarts,landwaarts) hier weergegeven aan de hand van de lijnen dwars op de BKL. Is de norm (de BKL) overschreden wordt dit op de kaart in een rode kleur getekend. Groen houdt een positief verschil in. Er wordt onderscheid gemaakt of de trend land- of zeewaarts is.

               Er worden vier scenarios getoond op de kaart:

·       De BKL is overschreden, met een landwaartse trend: rood              

·       De BKL is overschreden, met een zeewaartse trend: roze                 

·       Het verschil BKL-TKL is positief, met een landwaartse trend: lichtgroen         

·       Het verschil BKL-TKL is positief, met een zeewaartse trend: donkergroen       

 

Deze afbeelding geeft een voorbeeld weer van het kustvak 7, Noord-Holland. Er worden de kustlijnen met bijhorende trends van 2000 tot 2014 weer gegeven.
De link naar alle KML files . 


Kaarten Waterlijn (LW, HW, DV)

Kaarten 1843-1999

Gebruik de timeslider om de waterlijn op een gewenst tijdspunt en/of de verandering in de loop van de jaren te zien. In blauw wordt de laagwaterlijn getoond, de hoogwaterlijn in rood en in groen de duinvoet.

Kaarten 1995- heden

Gebruik de timeslider om de waterlijn op een gewenst tijdspunt en/of verandering in de loop van de jaren te zien. In blauw wordt de laagwaterlijn getoond, de hoogwaterlijn in rood en in groen de duinvoet.

Toggle Cloak
Klik hier voor meer informatie over Laagwater (LW), Hoogwater (HW) en Duinvoet (DV)

Cloak
LW (laagwater) = gemiddelde laagwaterlijn (GLW)

De gemiddelde laagwaterlijn wordt elk jaar bepaald op basis van het laatst ingemeten kustprofiel. Er zijn in verticaal richting vaste waterstandswaarden (gemiddeld laagwater). Het snijpunt van de waterstandwaarden met het kustprofiel leveren de gemiddelde laagwaterlijn. Een horizontale verplaatsing van de lijnen (in de loop van de jaren) ontstaat, omdat de snijpunten en daarmee de laagwaterlijn met behulp van het  laatst ingemeten profiel bepaald worden. De laagwaterlijn zelf wordt dus niet apart ingemeten.

HW (hoogwater) = gemiddelde hoogwaterlijn (GHW)

De gemiddelde hoogwaterlijn wordt elk jaar bepaald op basis van het laatst ingemeten kustprofiel. Er zijn in verticaal richting vaste waterstandswaarden (gemiddeld hoogwater). Het snijpunt van de waterstandwaarden met het kustprofiel leveren de gemiddelde hoogwaterlijn. Een horizontale verplaatsing van de lijnen (in de loop van de jaren) ontstaat, omdat de snijpunten en daarmee de hoogwaterlijn met behulp van het  laatst ingemeten profiel bepaald worden. De hoogwaterlijn zelf wordt dus niet apart ingemeten.

DV (Duinvoet)

De Duinvoet kan gedefinieerd worden als overgang van strand naar duinen. Omdat de locatie van de duinvoet niet op alle locaties het zelfde is, is deze vastgesteld op +3m NAP. De locatie van de duinvoet is belangrijk voor het bepalen van de strandbreedte. De duinvoet wordt als “begin van het strand” gezien en de locatie van de gemiddelde hoogwaterlijn als “einde”.

bron: Decisio, 2011: “Ruimte voor recreatie op het strand; onderzoek naar een recreatiebasiskustlijn”

 

 

Grafieken Water- en Kustlijnen

Kies één of meerdere kustvakken, die u wilt bekijken. Bij het klikken van het gewenste kustvak worden alle bestaande JarKus transects getoond met het bijhorende nummer. U kunt inzoomen om de gewenste transect aan te klikken waardoor een informatie-venster opent. Het informatie-venster omvat de volgende tabbladen:

  1. Info = Algemeen informatie
  2. Kustlijn = Grafiek van de kustlijn
  3. Waterlijn = Grafiek van de waterlijn
  4. Strandbreedte = Grafiek van strandbreedte.

 

Hier zal het liefst een link komen dat de grafieken getoond worden, die ook bij de JarKus-kaartlaag getoond worden, omdat het dezelfde informatie omvat, maar die van JarKus nieuwer en duidelijker is. Als dit gebeurt: Het informatie-venster omvat de volgende tabbladen:

  • Info (algemene  informatie)
  • Timestack 1
  • Timestack 2
  • Indicatoren

Het is ook mogelijk om de gewenste transect vanaf een uitgezoomd perspectief te kiezen. Klikken op de gewenste locatie zorgt ervoor dat de nummers uit elkaar schuiven, waarna u de juiste transect meteen kunt kiezen en de bijhorende grafieken kunt bekijken.

Ingrepen

Toggle Cloak
Suppleties
Cloak

Suppleties zijn aanvullingen van de kustverdedigingsstrook met zand om een kustachteruitgang te compenseren. Sinds 1990 houdt Rijkswaterstaat de Nederlandse kustlijn met zandsuppleties op zijn plaats en vanaf 2001 wordt ook het zandverlies op dieper water gecompenseerd door middel van de instandhouding van het kustfundament. Het beheer van de Nederlandse  kust wordt sinds 2004 uitgevoerd middels de Service Level Agreement (SLA) Kustlijnzorg. Hierin is afgesproken dat er jaarlijks gemiddeld 12 miljoen m³ zand wordt gesuppleerd. Belangrijk is dat dit suppletiezand jaarlijks zo efficiënt mogelijk wordt ingezet op de daarvoor aangewezen locaties in het suppletieschema. Er bestaan verschillende typen suppleties, zoals onderwater- of vooroeversuppletie, strandsuppletie, duinversterking en geulwandsuppletie (deze zijn terug te vinden in de kustviewer).

Kijk: “Toelichting suppletieprogramma 2012-2015” van Rijkswaterstaat voor meer informatie.

Bron1: http://www.encyclo.nl/lokaal/10880

Bron 2: Richtlijnen Onderwatersuppletie, RIKZ rapport 2007.012

 

Hiermee kan in een tijdspanne van 1952 tot 2012 gevonden worden wanneer in Nederland suppleties voor de kustbescherming hebben plaatsgevonden (gebruik hiervoor de timeslider). Bij het klikken van een gekleurd vak verschijnt een informatie-venster met de volgende gegevens: type suppletie, tijdvak, het volume en het volume per meter plus de naam en het nummer van het kustvak. 

Functies natuurwetgeving

Toggle Cloak
Ecologische hoofdstructuur
Cloak

De Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is een Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden en vormt de basis voor het Nederlandse natuurbeleid, met als doel het behoud en de versterking van de biodiversiteit. Grotere natuurgebieden zijn gevarieerder. Er kan uitwisseling tussen soorten planten en dieren plaatsvinden. Verder bieden grotere natuurgebieden meer mogelijkheden voor recreatie en kunnen zij bij hevige regenval veel water vasthouden. Dit voorkomt dat elders gebieden overstromen, bijvoorbeeld waar veel mensen wonen. De EHS is in 1990 geïntroduceerd als antwoord op de achteruitgang van de natuur en biodiversiteit in Nederland. Later zijn hieraan de robuuste verbindingen toegevoegd, brede verbindingszones tussen natuurgebieden. De provincies worden vanaf 2014 verantwoordelijk voor de EHS. Het kabinet-Rutte-Asscher wil de EHS (inclusief verbindingszones) uitvoeren, maar daar meer tijd voor nemen. Tegelijkertijd wil het kabinet € 200 miljoen uitgeven om bestaande natuurgebieden te beheren en beschermen. Binnen de Ecologische Hoofdstructuur liggen alle Natura 2000 gebieden (natuurgebieden in Europa). Kijk voor meer informatie op:

Bron: http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/natuur/ecologische-hoofdstructuur

 

De Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is een Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Klikt u op één van de verschillende gebieden dan wordt informatie over het gekozen gebied weergegeven, zoals ….

Toggle Cloak
Natura 2000 gebied
Cloak

Natura 2000 richt zich op het behoud en de ontwikkeling van natuurgebiedenin Europa. De gebieden die onder Natura 2000 vallen, worden aangeduid in de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Deze Europese richtlijnen bepalen dat lidstaten bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving (habitat) beschermen om de biodiversiteit te behouden. In Nederland zijn ruim 160 gebieden aangemeld als Natura 2000-gebied. Een deel van de Natura 2000-gebieden is inmiddels definitief aangewezen. Alle Natura 2000-gebieden liggen binnen de Ecologische Hoofdstructuur. Kijk voor meer informatie op: http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/natuur/natura-2000 (=bron)

 

 

Deze kaartlaag geeft de Natura 2000 gebieden in Nederland weer. De kleur geeft de richtlijnen van het gebied aan. De volgende toegepaste richtlijnen kunnen terug gevonden worden: Vogelrichtlijnen (VR), Habitatrichtlijnen (HR) en het natuurbeschermingswet (BN) of een combinatie van deze drie richtlijnen.

 

Card
idBeheerbibliotheek
labelKustgrafieken
titleUitleg Beheerbibliotheek

Inleiding

Rijkswaterstaat moet jaarlijks een suppletieprogramma opstellen of een update van het meerjaren suppletieprogramma maken. In 2012 is in KPP B&O Kust een start gemaakt met het opstellen van een zogenaamde Beheerbibliotheek. Per kustvak komen hierin de huidige kennis over de werking van het kustsysteem (morfologie, ecologie en socio-economie) en effecten van suppleties te staan. Deze kennis is nodig bij het nemen van besluiten over de suppletiestrategie en het uitdragen / onderbouwen van de gekozen strategie. De kennis is onder andere afkomstig uit andere deelprojecten / deelproducten en andere projecten. Kennis en informatie uit verschillende bronnen wordt samengevoegd en beschikbaar gesteld voor niet alleen Rijkswaterstaat, maar ook andere geïnteresseerden.

HTML
<h3> Kustlijnpositie</h3>

Deze figuren tonen de positie van de Momentane Kustlijn (MKL), de te Toetsen Kustlijn (TKL) en de Basiskustlijn (BKL). Deze indicatoren worden jaarlijks door Rijkswaterstaat berekend, voor de toetsing van de kustlijnpositie. Hoe deze indicatoren zijn bepaald, is terug te lezen in het rapport “De basiskustlijn, een technisch/morfologische uitwerking.” (R. Hillen, 1991).

De ligging van de kustlijn is aangegeven in meters ten opzichte van het nulpunt van de Rijksstrandpalenlijn (RSP) en is af te lezen langs de vertikale as aan de rechterkant. Wanneer er in een raai suppleties hebben plaatgevonden, zijn deze aangegeven met een oranje lijn (strandsuppletie/duinversterking) of een blauwe lijn (onderwatersuppletie). De vertikale as aan de linkerkant geeft daarbij het volume per strekkende meter van de suppletie weer.

De figuren zijn beschikbaar voor alle kustraaien, en worden jaarlijks bijgewerkt aan de hand van de nieuwe Jarkus metingen en de berekeningen van Rijkswaterstaat WVL.

Klik hier voor alle Kustlijn plots.

Waterlijn- en duivoetpositie

Deze figuren tonen de positie van de gemiddelde laagwaterlijn (MLW), gemiddelde hoogwaterlijn (MHW) en de duinvoet (DF) op een kustraai. Hierbij gelden de volgende definities:

-        De gemiddelde hoogwaterlijn en laagwaterlijn zijn de punten waar het profiel het niveau van gemiddeld hoogwater MHW), repsectievelijk gemiddeld laagwater (MLW) doorsnijdt. Deze niveaus (MHW en MLW) zijn per raai vastgesteld op basis van de Gemiddelde Getijkromme 1991.

-        De duinvoet is het punt waar het profiel voor het eerst de NAP+3m doorsnijdt (vanaf het strand gezien).

De ligging van de waterlijn of duinvoet is aangegeven in meters ten opzichte van het nulpunt van de Rijksstrandpalenlijn (RSP) en is af te lezen langs de vertikale as aan de rechterkant. Wanneer er in een raai suppleties hebben plaatgevonden, zijn deze aangegeven met een oranje lijn (strandsuppletie/duinversterking) of een blauwe lijn (onderwatersuppletie). De vertikale as aan de linkerkant geeft daarbij het volume per strekkende meter van de suppletie weer.

Vanaf ongeveer 1965 zijn deze gegevens beschikbaar voor alle ingemeten kustraaien, op basis van de jaarlijkse kustmetingen (Jarkus). Om de 10 raaien is ook grotere tijdspanne beschikbaar, gebaseerd op historische gegevens vanaf 1880 (zie tweede voorbeeldfiguur). De figuren worden jaarlijks bijgewerkt aan de hand van de nieuwe Jarkus metingen.

Klik hier voor alle Waterlijn- en duivoetpositie plots.

Strandbreedte

Deze figuren tonen de droge strandbreedte (rode markers) en de totale strandbreedte (blauwe markers) per raai over de jaren. Hierbij gelden de volgende definities:

-        De droge strandbreedte is de horizontale afstand tussen de duinvoet en gemiddelde hoogwaterlijn.

-        De totale strandbreedte, droog en nat, is de horizontale afstand tussen de duinvoet en de gemiddelde laagwaterlijn.

-        De duinvoet is het punt waar het profiel voor het eerst de NAP+3m doorsnijdt (vanaf het strand gezien).

-        De gemiddelde hoogwaterlijn en laagwaterlijn zijn de punten waar het profiel het niveau van gemiddeld hoogwater MHW), repsectievelijk gemiddeld laagwater (MLW) doorsnijdt. Deze niveaus (MHW en MLW) zijn per raai vastgesteld op basis van de Gemiddelde Getijkromme 1991 (RIKZ, 1994).

De strandbreedte (in meters) is vervolgens af te lezen langs de vertikale as aan de rechterkant. Wanneer er in een raai suppleties hebben plaatgevonden, zijn deze aangegeven met een oranje lijn (strandsuppletie/duinversterking) of een blauwe lijn (onderwatersuppletie). De vertikale as aan de linkerkant geeft daarbij het volume per strekkende meter van de suppletie weer.

De figuren zijn beschikbaar voor alle kustraaien, en worden jaarlijks bijgewerkt aan de hand van de nieuwe Jarkus metingen.

Klik hier voor alle Strandbreedte grafieken.

 

Faalkansen eerste duinenrij

In het kader van een studie binnen het deelproject “Toestand van de Kust” is in 2010, in samenwerking met HKV, van alle kustraaien de faalkans van de eerste duinenrij berekend (Van Balen et al., 2011, Vuik et al., 2012). Het voor deze studie gebruikte versimpelde rekeninstrument is geschikt voor het berekenen van de faalkans van één duin, en niet van meerdere duinenrijen. De faalkansen zijn daarom alleen geldig voor de eerste duinenrij (de zeereep). Bij meerdere duinenrijen is de werkelijke veiligheid veel groter. Door de ontwikkeling van de faalkansen tussen 1965 en 2010 te beschouwen, is onderzocht wat de autonome ontwikkeling van de beschermende functie van de duinen is, en wat het effect van zandsuppleties hierop is geweest.

De faalkans is af te lezen langs de vertikale as aan de linkerkant. Let op hierbij dat een afnemende faalkans dus een toename van de waterkerende sterkte van de duinenrij betekent.

Wanneer er in een raai suppleties hebben plaatgevonden, zijn deze aangegeven met een oranje lijn (strandsuppletie/duinversterking) of een blauwe lijn (onderwatersuppletie). De vertikale as aan de linkerkant geeft daarbij het volume per strekkende meter van de suppletie weer.

Klik hier voor alle Faalkansen eerste duinenrij grafieken.