KVK Thema 2: Climate proof fresh water supply

Werkplan Project 2.1:

 

Adaptatie aan droogte en verzilting in het gekoppelde grondwater – oppervlaktewatersysteem

 

Projectplan, versie 6 januari 2011

 


KVK Thema 2: Climate proof fresh water supply

Werkplan Project 2.1: Grondwater – Oppervlaktewater interactie

Inhoudsopgave

1 Inleiding

1.1 Algemene inleiding

1.2 Project 2.1 Gekoppeld Grondwater – Oppervlaktewater

1.3 Relatie met andere projecten

2 Activiteiten

2.1 Inleiding

2.2 Aanpak onderzoek

2.3 Uitwerking Cases Zuidwestelijke Delta en Groene Ruggengraat .......................................

2.4 Deliverables

3 Project organisatie ........................................................................................................................

3.1 Project team

3.2 Stuurgroep

3.3 Samenwerking met andere projecten

3.4 Financiën

4 Planning

 

 

 

 


1                           Inleiding

1.1                Algemene inleiding

Binnen het Programma Kennis voor Klimaat, Thema 2 Zoetwatervoorziening, Project Climate Proof Fresh Water Supply gaat WP-2 (‘Adapting fresh water supply and buffering capacity’) in op maatregelen waarmee het regionale waterbeheer kan worden geoptimaliseerd op het langer, in ruimere mate en efficiënter vasthouden en gebruiken van zoetwater in het eigen gebied. Dit WP-2 is één van de meer fundamentele werkpakketten in het voorstel. Het werk wordt uitgevoerd in een tweetal projecten, en houden zich bezig met de zelfvoorzienendheid van het watersysteem in de haarvaten:

  • Project 2.1: Interactie tussen grond en oppervlaktewater onder zoute en droge omstandigheden voor het vinden van een klimaatrobuuste regionale zoetwatervoorziening
  • Project 2.2: Zoetwatervoorraad in neerslaglenzen onder druk van klimaatverandering.

Beide studies zijn gericht op het vergroten van systeemkennis en verkrijgen van inzicht in de uiwerking van klimaatverandering, om vervolgens de stap naar adaptatiestrategieën te kunnen maken. In dit plan van aanpak wordt Project 2.1 behandeld.

1.2               Project 2.1 Interactie tussen grond- en oppervlaktewater

In droge zomers is het waterbeheer in de lage delen van Nederland erop gericht voldoende water beschikbaar te hebben in de sloten. Het oppervlaktewater wordt gebruikt om gewassen te beregenen, maar verdwijnt door verdamping en wegzijging in de bodem. Specifiek in het kustgebied wordt de beschikbaarheid van zoet, schoon water bedreigd door het opkwellen van brak en nutriëntenrijk kwelwater. Grote hoeveelheden extra water zijn nodig om de sloten door te spoelen, om zo de kwaliteit van het oppervlaktewater te waarborgen. Klimaatverandering, in combinatie met zeespiegelstijging en bodemdaling vraagt om een robuuste en flexibele zoetwatervoorziening, indien we landbouw en een goede waterkwaliteit willen behouden voor deze gebieden.

 

Het huidige waterbeheer tijdens droge zomers is ontstaan vanuit een praktijk waarbij waterbeschikbaarheid niet beperkend was, het waterbeheer leunt logischerwijs dan ook sterk op de aanvoer van extern water. Deze waterbeschikbaarheid staat echter onder druk, door afname van de waterbeschikbaarheid in de grote rivieren, verder landinwaarts komen van de zouttong in de Rijnmonding, en de toename van de watervraag door droger wordende zomers. Aanpassingen in het gevoerde waterbeheer lijken onontkoombaar.

 

Mogelijke oplossingsrichtingen zijn te zoeken in het gekoppelde grondwater – oppervlaktewatersysteem. Door beperken van de watervraag – zowel voor peilbeheer als kwaliteitsbeheer (doorspoelen) – kan de zoetwatervoorziening ook in de toekomst robuust blijven. Ons begrip van het functioneren van het gekoppelde grondwater – oppervlaktewater systeem in droge zomers, nu en in de toekomst, is vooralsnog echter onvoldoende om betrouwbare voorspellingen te doen van het effect van toekomstige (geen spijt) maatregelen. Zowel op lokale, regionale, als uiteindelijk op nationale schaal.

 

Project 2.1, Interactie tussen grond- en oppervlaktewater onder zoute en droge omstandigheden , richt zich op het analyseren van het integrale grondwater-oppervlaktewater systeem op zowel regionale schaal als het schaalniveau van de haarvaten. Het doel is om te onderzoeken of dit systeem in de toekomst klimaatbestendig genoeg zal blijken. Daarnaast zal onderzocht worden hoe het regionale watersysteem efficiënter en duurzamer kan worden, zodat er ook onder de toekomstige randvoorwaarden voldoende water van goede kwaliteit beschikbaar blijft. Het richt zich specifiek op de werking van het lokale tot regionale systeem, ontwikkelingen in waterbeschikbaarheid op nationale schaal blijven buiten beschouwing.

 

1.3               Relatie met andere projecten

Het project is met verschillende andere projecten verbonden, waarbij informatie, resultaten en technieken worden uitgewisseld:

  • Het Project 2.1 draagt bij tot het toegepaste onderzoek dat wordt uitgevoerd in de drie case studies van WP-6 (Groene Ruggengraat, Haaglanden, Zuidwestelijke Delta). Optimale interacties vinden plaats tijdens de regelmatige bijeenkomsten en workshops binnen de case studies van WP-6. Dit project voorziet de casestudies van mer fundamentele systeemkennis.
  • De twee projecten 2.1 en 2.2 worden in nauwe samenwerking uitgevoerd: in de meetcampagne legt Project 2.1 de focus op het oppervlaktewater systeem rondom het landbouwperceel, binnen het kader van het regionale waterbeheer. Project 2.1 richt zich op het grondwater systeem in het landbouwperceel. De twee projecten bestrijken samen het gehele grondwater – oppervlaktewater systeem onder zoute en droge condities, waarbij gezamenlijk mogelijke adaptatiestrategieën worden geëvalueerd om in de toekomst voldoende zoet water te garanderen op zowel lokale als regionale schaal. Het WP-2 management houdt toezicht op de combinaties van strategieën.
  • Project 2.1 zal – waar mogelijk en tijdig beschikbaar – relevante onderzoeksresultaten gebruiken van de andere werkpakketten binnen dit voorstel:
    • WP-1 Randvoorwaarden wateraanvoer en externe verzilting: levert de range aan Europese (socio-economische) randvoorwaarden waarbinnen mogelijke adaptatiestrategieën van zoetwatervoorziening (van het hoofdwatersysteem) worden geëvalueerd. Geeft dit project randvoorwaarden voor de waterbeschikbaarheid.
    • WP-3 Toleranties gewassen: bekijkt vanuit verschillende (biologische en ecologische) invalshoeken hoe landbouw en (aquatische) natuur zich kunnen aanpassen aan een veranderende beschikbaarheid in zoetwatervoorziening onder zoet-zout en droog-nat omstandigheden. Geeft project 2.1 randvoorwaarden voor (adaptatie-) ontwikkelingen in de grootste gebruikers van water.
    • WP-4 Mogelijkheden watertechnologie: positioneren innovatieve watertechnologische oplossingen in het grondwater – oppervlaktewater systeem. Vooralsnog ligt in dit thema de focus op benutting van het diepere grondwatersysteem, waardoor de interactie met project 2.1 gering zal zijn.
  • Het onderzoek binnen Kennis voor Klimaat Thema 6 richt zich op het verbeteren van klimaatprojecties op hogere ruimtelijke resolutie. Wanneer tijdig beschikbaar vormen deze projecties de basis voor de voorspelling van de uitwerking van klimaatverandering op het grondwater-oppervlaktewatersysteem.
  • Binnen het project “Zoetwaterverkenning ZW-delta” (onderdeel van Nationaal Delta Programma, regionale Zoetwatervoorziening, Deelprogramma Zuidwestelijke Delta) wordt de huidige en toekomstige vraag- en aanbod van oppervlakte- en grondwater in de Zuidwestelijke Delta geanalyseerd. Doel is het ondersteunen in schattingen van de toekomstige zoetwatervraag in Nederland bij klimaatverandering, zeespiegelstijging en autonome (interne) verzilting. Specifieke deelgebieden zijn: Goeree-Overflakkee, West-Brabant en Tholen / St. Philipsland. Kennis vanuit Project 2.1 (o.a. vergelijken zoutbelastingswaarden op schillende schaalniveaus) wordt beschikbaar gesteld.

2                         Activiteiten

2.1               Inleiding

Project 2.1 heeft als doel regionale strategieën te ontwikkelen voor peilbeheer, doorspoelen, (grond)waterberging in het laaggelegen kustgebied waarmee ook in de toekomst bij veranderende omstandigheden efficiënter met zoet water kan worden omgesprongen. Hiertoe wordt een kwantitatief raamwerk ontwikkeld, waarmee de effecten van klimaatverandering en mogelijke maatregelen kunnen worden onderzocht.

 

Een eerste stap is echter het vergroten van ons inzicht in de huidige werking van het systeem. Dat inzicht is op verschillende aspecten onvoldoende. Hiertoe wordt het gekoppelde grondwater en oppervlaktewater systeem bestudeerd, zowel door een kwantitatief raamwerk van conceptuele en mathematische modellen op te stellen als door gericht te monitoren van waterfluxen, zoutvrachten en chemische tracers in het hydrologisch systeem. De optredende processen worden onderzocht op perceelschaal en op de schaal van een waterbeheerseenheid.

 

De koppeling tussen deze twee schaalniveaus is een aparte onderzoeksvraag binnen het project. Conceptueel wordt onderzocht welke processen dominant zijn voor de verschillende schaalniveaus en hoe beide schaalniveaus elkaar beinvloeden. Meer modelmatig wordt gekeken naar de trade-off tussen modelresolutie/detail en rekensnelheid. Welke modelresolutie geeft op grotere schaal nog acceptabele resultaten, is een optimum te ontdekken? En hoe kunnen detailprocessen die in de huidige grovere modellen niet goed worden gerepresenteerd wel worden meegenomen?

 

Het onderzoek zal plaatsvinden binnen de twee van de drie case studies, de case Zuidwestelijke Delta, en de case Groene Ruggengraat.

 

2.2              Aanpak onderzoek

Hoofddoel van het onderzoek is het ontwikkelen van maatregelstrategieën voor een robuuste zoetwatervoorziening in de toekomst, door middel van de ontwikkeling van een kwantitatief raamwerk waarmee effecten van maatregelen op het grondwater – oppervlaktewatersysteem kunnen worden geanalyseerd.

 

Het onderzoek onderscheidt drie belangrijke voorwaarden / kennisbehoeften voor de ontwikkeling van een dergelijk kwantitatief raamwerk waarmee de effecten van klimaatverandering op de werking van het grond- en oppervlaktewatersysteem kunnen worden geanalyseerd.

  1. Systeemkennis schaal sloot: Kennis over de werking van interactie tussen grondwater en oppervlaktewater tijdens droge zomers
  2. Systeemkennis schaal polder: Kennis over water- en stofstromen binnen een polder tijdens droge zomers
  3. Modellering op verschillende schalen: Kennis over adequate modellering van processen op verschillende modelresoluties

Het raamwerk integreert de resultaten uit deze drie onderzoekslijnen ( Figuur 1 ).

 

Figuur 1 : Samenhang onderdelen binnen promotieonderzoek

 

Systeemkennis schaal sloot

Allereerst is er behoefte aan meer inzicht in de werking van de interactie tussen grond- en oppervlaktewater in droge zomers op het schaalniveau van de sloot. Recent onderzoek laat zien dat locale scherpe gradienten in saliniteit en temperatuur aantonen dat grote verschillen in fluxen optreden op een schaal van decimeters to meters (Louw, et al. 2008; Oude Essink et al., 2009, en lopend promotie onderzoek van Ype van der Velde, Joachim Rozemeijer, Jouke Velstra, Sara Eeman). Hoe lang blijft het systeem draineren, wanneer slaat het systeem om in een infiltrerend systeem, hoe lopen de stroombanen en wat betekent dat voor de stofstromen. Met als hoofdvraag: welke factoren bepalen de werking van het grondwater - oppervlaktewatersysteem tijdens droge zomers? Deze vragen worden onderzocht door het uitvoeren van detailmetingen (stijghoogten, fluxen, tracers, temperatuur, geofysische metingen). Analyse van meetresultaten wordt gecombineerd met conceptuele modellering, om het systeemgedrag nader te analyseren. De focus ligt hierbij op een netto kwellend systeem, dat in droge zomers omslaat in een infiltrerend systeem. Dit is het systeem waar tijdens droge zomers gecombineerde kwantiteits- (te weinig) en kwaliteits- (te zout) problemen optreden.

 

Systeemkennis schaal polder

Ten tweede is er behoefte aan meer inzicht in de water- en stofstromen binnen een polder gedurende het groeiseizoen en de drijvende krachten hier achter. Recent onderzoek geeft inzicht in de verhouding tussen verschillende waterstromen door het jaar heen (De Louw, 2010). Deze kennis laat zich echter nog niet één op één vertalen naar andere gebieden (Vink, 2010), ook blijven de processen die de ruimtelijke verdeling binnen een polder bepalen onbegrepen. Hoe varieert de bijdrage van verschillende waterstromen (kwelwater, inlaatwater) ruimtelijk en temporeel binnen een polder. Waar blijft het ingelaten water? Komt dit tot in de haarvaten, wordt het hydraulisch tegengehouden, of verdampt het grotendeels? Frequente monitoring van de verschillende waterstromen met behulp van verschillende (chemische) tracers, op verschillende strategische locaties binnen een waterbeheerseenheid, naast monitoring van de in- en uitlaatwerken, moet meer inzicht verschaffen in de werking van het watersysteem in droge zomers. Een deelgebied van de Haarlemmermeerpolder is in beeld als studiegebied voor dit deelonderzoek.

 

Modellering verschillende schaalniveaus

Om integratie van deze twee schalen in een kwantitatief raamwerk mogelijk te maken, is er ten derde inzicht nodig in de modellering van grondwater – oppervlaktewatersysteem op verschillende schalen. Detailprocessen op het grensvlak van grond- en oppervlaktewater lijken niet goed te worden gerepresenteerd in de huidige hydrologische modellen. Wat is hiervan de oorzaak, bij welke resolutie treden problemen op, kunnen detailprocessen beter worden meegenomen? Zijn er hierin verschillen tussen water en stof? Deze vragen zullen worden aangepakt met een analyse van modelresultaten op verschillende schalen, waartussen verschillende grootheden (grondwaterstanden, fluxen, zowel water als zout) zullen worden vergeleken. Er worden situaties onderscheiden waarin opschaling beter danwel minder gaat. Daarnaast wordt geprobeerd methoden te ontwikkelen om op te schalen met een betere uitkomst op de verschillende grootheden. Dit onderzoek zal worden opgepakt in samenwerking met werkpakket 2.2.

 

Kwantitatief raamwerk

Bovengenoemde drie onderzoekslijnen komen samen in de ontwikkeling van een kwantitatief raamwerk, dat de werking van het gekoppelde grondwater – oppervlaktewatersysteem beschrijft op lokale tot polderschaal. Met dit raamwerk is het mogelijk het effect van voorspelde klimaatverandering op het grond- oppervlaktewatersysteem te onderzoeken. Dit raamwerk biedt tevens de mogelijkheid de effecten van maatregelstrategieën op de beschikbaarheid van zoet water te analyseren. Het raamwerk wordt toegepast op een polder in één van de casestudies (waarschijnlijk Haarlemmermeer). Een multi-objective calibratie en validatie op de verzamelde meetgegevens wordt uitgevoerd om inzicht te krijgen in de juistheid van de ontwikkelde concepten en de resterende onzekerheid. Gevoeligheidsanalyse werpt licht op gevoelige parameters, en daarmee op handvatten voor mogelijke maatregelen. Met het raamwerk worden vervolgens effecten van klimaatverandering op de toekomstige beschikbaarheid van zoet water geanalyseerd. Hierbij zal zo mogelijk gebruik worden gemaakt van verschillende realisaties van klimaatmodellen, en van langjarige runs, om de invloed van onzekerheid in de voorspellingen en extremen te analyseren. Beoogde oplossingsstrategieën, gericht op de toename van de beschikbaarheid van zoet water in het grond- oppervlaktewatersysteem – als dynamisch peilbeheer, slimmer doorspoelen, flexibele drainage – worden onderling vergeleken. Waar mogelijk worden randvoorwaarden overgenomen uit andere werkpakketten.

 

2.3              Cases Zuidwestelijke Delta en De Groene Ruggengraat

 

Case Zuidwestelijke Delta

Wat is in dit gebied een duurzame inrichting van het watersysteem? Grondwater in het gebied is overwegend zout, met uitzondering van de kreekruggen. Het oppervlaktewater is daardoor ook verzilt. De inlaat van oppervlaktewater moet opnieuw worden ingericht, na het verzilten van het Volkerak-Zoommeer. De landbouwwaterleiding is niet goedkoop, zeker wanneer er weinig gebruikers zijn. De grondwateronttrekkingen putten uit een beperkt reservoir. Hoe is het grondwater – oppervlaktewatersysteem in dit gebied zo robuust en efficiënt mogelijk in te richten, zodat er ook in de toekomst voldoende zoet water beschikbaar is? Wat is de overblijvende watervraag van de Reigersbergse polder, wanneer het watersysteem is geoptimaliseerd? Hoe kan de berging van zoet grondwater in kreekruggen optimaal benut worden? Kunnen deze voorraden vergroot worden? Is zoet kwelwater uit de Brabantse Wal efficiënt af te vangen? Zijn er alternatieven voor de landbouwwaterleiding, door slimmer gebruik te maken van gebiedseigen water?

 

Case De Groene Ruggengraat

Onderzoek in de Haarlemmermeerpolder (HMM) heeft aangetoond dat het grondwater – oppervlaktewater systeem slecht wordt begrepen. De fluxen van met name het grondwater naar het oppervlaktewater zijn slecht bekend (wellen, zandbanen, percelen, sloten). Op peilvak niveau is het niet mogelijk een goede water- en stoffenbalans (Chloride) te maken – en dus ook niet op polderniveau. In de huidige situatie wordt de HMM doorgespoeld met zoet water uit de ringvaart. Op de lange termijn is dit waarschijnlijk niet meer mogelijk. De doorspoeling en de benutting van het oppervlaktewater (beregening) is slecht bekend en kan voor de korte termijn mogelijk geoptimaliseerd worden. Voor de lange termijn moet wellicht naar andere maatregelen gekeken worden en moet de polder zelfvoorzienender worden. Welke strategieën zijn er om het oppervlaktewaterbeheer – binnen de polder - te optimaliseren? Focus ligt op de 2 resterende landbouwgebieden in de HMM, in het zuidoosten en in het noordwesten, tevens de gebieden met de grootste kwel.

 

Onderzoek in dit werkpakket zal zo veel mogelijk plaatsvinden binnen deze case studies. Daarnaast zullen resultaten op regelmatige – themabrede – workshops met stakeholders worden vertaald naar de lopende problematiek in de gebieden.

2.4             Deliverables

Dit project levert de volgende deliverables:

-           Meetrapport metingen interactie grondwater – oppervlaktewater op slootschaal

-           Meetrapport metingen stromingen water en stof op polder/peilvakschaal (wrs. peilvak binnen Haarlemmermeer)

-           Kennis over de uitwisseling tussen oppervlaktewater en grondwater op de slootschaal, te rapporteren in een wetenschappelijk artikel; tussenresultaten worden gedeeld in presentaties danwel een tussenrapport

-           Kennis over de stroming van water en stof in een poldersysteem tijdens droge zomers, te rapporteren in een wetenschappelijk artikel; tussenresultaten worden gedeeld in presentaties danwel een tussenrapport

-           Kennis over de modellering van water- en stofstromen tussen grondwater en oppervlaktewater in droge zomers, te rapporteren in een wetenschappelijk artikel; tussenresultaten worden gedeeld in presentaties danwel een tussenrapport

-           Kennis over invloed klimaatverandering en mogelijke maatregelen op hydrologie in zomer in polders/droogmakerijen, te rapporteren in een wetenschappelijk artikel; tussenresultaten worden gedeeld in presentaties danwel een tussenrapport

-           Bijdragen aan nieuwsbrief van Climate Proof Fresh Water Supply

-           Bijdragen aan op het onderwerp betrekking hebbende waterschapsdiscussies

3                         Project organisatie

3.1               Project team

Het projectteam:

  • Joost Delsman - Deltares
  • Gualbert Oude Essink – Deltares
  • Pieter Stuyfzand – VU
  • Koos Groen – VU
  • Perry de Louw – Deltares
  • Jeroen Veraart– Alterra (Case Groene Ruggengraat)
  • Arjen de Vries – Acacia (Case Zuidwestelijke Delta)

3.2              Stuurgroep

Stakeholder:

Contactpersoon:

Voorkeuren:

Provincie Zeeland

Nico Landsman

Lein Kaland

Ronnie Hollebrandsen

-         Tholen, West-Brabant, Zuid-Beveland

Waterschap Scheldestromen

Acronius Kramer

Luuk Veening

-         Tholen

Hoogheemraadschap van Rijnland

Birgitta van der Wateren

Dolf Kern

-         Droogmakerij in De Groene Ruggengraat

STOWA

Rob Ruijtenberg

-         Regionaal waterbeheer

-         Praktisch (pilots)

Waterschap Brabantse Delta

Klaas-Jan Douben

 

-         Tholen

-         West-Brabant

 

Naast de stuurgroep is het voorstel contact te houden met twee probleemhoudende partijen die zich bevinden in de Cases Zuidwestelijke Delta en De Groene Ruggengraat (Waterschap Scheldestromen; Hhrs van Rijnland, evt. via Programmabureau Groene Hart). Beide organisaties worden benaderd voor een verkenning van de mogelijkheden. Vanuit het consortium zal een voorstel voor een organisatie rondom dit Project 2.1 worden gedaan.

3.3              Samenwerking met andere projecten

Samenwerking met andere projecten/werkpakketten KvK thema 2:

WP-2.2: Pieter Pauw (zoetwaterbeschikbaarheid in grondwater, waar mogelijk gedeeld veldwerk, processen onder perceel in modelraamwerk)

WP-1.1: Anne van der Veen (randvoorwaarden zoetwaterbeschikbaarheid grote rivieren in modelraamwerk)

WP-3.1 en WP-3.3: Sjoerd vd Zee (zouttolerantie, randvoorwaarden watervraag gewassen in modelraamwerk)

WP-6.1: Jeroen Veraart (Case De Groene Ruggengraat, locatie studiegebied, kennisleverantie, zoet-zout grond- en oppervlaktewater)

WP-6.3: Arjen de Vries (Case Zuidwestelijke Delta, locatie studiegebied, kennisleverantie, zoet-zout grond- en oppervlaktewater)

Daarnaast is samenwerking gezocht met de AIO Koen Hilgersom, TU Delft (promotor Prof. Van der Giesen), die met sensortechnieken onderzoek gaat doen naar ondermeer zoet-zout grondwater-oppervlaktewaterinteractie.

 

Aanpalende projecten (zie http://zoetzout.d e ltares.nl en Deltares memo 1202389-000-BGS-0001, Oude Essink en Delsman, 2010):

-        Deelprogramma NDP Zoetwatervoorziening

-        Metastudie Zuidwestelijke Delta (Vries, A. de; Veraart, J.; Vries, I. de; Oude Essink, G.H.P.; Zwolsman, G.J.; Creusen, R.; Buijtenhek, H.S.; et.al., 2009. Vraag en aanbod van zoetwater in de Zuidwestelijke Delta: een verkenning. Meta-studie Zuidwestelijke Delta, Kennis voor Klimaat, 82 p.)

-        Interreg IV CliWat (www.cliwat.eu), CLImate change in relation to WATer quantity and quality

-        De Waterhouderij Schouwen-Duiveland (Waterinnovatie Rijkswaterstaat-LNV)

-        Nationaal Hydrologisch Instrumentarium (NHI) www.nhi.nu

-        Droogtebestendig Groene Hart

-        Knikpunten studie klimaatverandering regionale waterbeheer van West-Nederland

-        Deltaproof (STOWA)

-        Onderzoek Verzoeting-verzilting freatisch grondwater in de Provincie Zeeland

-        Promotie onderzoek Perry de Louw naar locale hydrogeologische verschijnselen zoals zoute wellen en regenwaterlenzen

-        Ondergrondmodel en grondwater model IJsselmeergebied tot aan de Lek

-        Flexpeil-studie: Monitoring effecten flexibel peilbeheer op KRW-doelen (Waternet)

-        Dynamisch peilbeheer Zegveld: grondwaterstand sturen (optimaliseren) door dynamisch peilbeheer

Met deze projecten wordt waar lopende het onderzoek kansen worden gezien contact gezocht.

 

3.4             Financiën

Het overzicht betreft de financien van geheel Thema 2. In rood zijn de financien van dit werkpakket aangegeven.

 

Project

Trekker

AIO

Begeleiding Univ

Post-doc / junior/senior

Begeleiding / inzet

andere partners

Inzet butenl. partner

Mat. kosten

Totaal

Deltares

KWR

Alterra*

1.1

Twente

 

28

242

28

 

 

 

40

338

1.2

Deltares

 

 

168

 

10

24

25

5

232

2.1

Deltares/VU

250

16

 

40

 

 

8

16

330

2.2

Deltares/WUR

250

17

 

40

 

 

7

17

331

3.1

WUR

250

18

 

5

 

28

10

27

338

3.2

VU

250

18

 

 

 

9

10

27

314

3.3

WUR

250

19

 

14

 

14

 

27

324

4.1

KWR/VU

250

 

 

5

28

 

20

100

403

4.2

TNO

 

 

100

9

87

12

 

50

258

5.1

Utrecht

 

19

124

5

 

15

 

5

168

5.2

Deltares/Twente

125

19

 

19

 

 

 

5

168

5.3

U-Delft

 

 

178

15

10

10

 

5

218

6.1

Alterra

 

 

80

9

 

 

 

7

96

6.2

Acacia

 

 

80

9

10

 

 

7

106

6.3

KWR

 

 

80

9

 

 

 

7

96

 

 

1625

154

1052

207

145

112

80

345

3720

 

 

Over 4 jaar, bedragen nog niet definitief verdeeld onder de werkpakketten en projecten

Co-financiering project 2.1

  • 24 ke STOWA Provincie Zuid-Holland
  • 80 ke Hoogheemraadschap van Rijnland

 

Eigen bijdrage uit Strategisch Onderzoek Deltares

  • Benodigd (schatting) 82.5ke, overeenkomend met 25% eigen bijdrage

 

Het KvK-management heeft de indienende consortia de mogelijkheid gegeven om tot 2 jaar na tekenen subsidieovereenkomst de co-financiering contractueel vast te leggen.

 

4                        Planning

 

 

2010

2011

2012

2013

2014

 

III

IV

I

II

III

IV

I

II

III

IV

I

II

III

IV

I

II

AIO

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

Voorbereiding meetcampagnes

X

X

X

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Meetcampagne sloot

 

 

 

X

X

 

 

X

X

 

 

(X)

(X)

 

 

 

Meetcampagne peilvak

 

 

 

X

X

 

 

X

X

 

 

(X)

(X)

 

 

 

Uitwerking / rapportage meetcampagnes

 

 

 

 

 

X

X

 

 

X

X

 

 

 

 

 

Artikel modelschalen

 

 

X

X

X

X

X

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Artikel slootschaal

 

 

 

 

 

 

 

 

 

X

X

X

X

 

 

 

Artikel peilvakschaal

 

 

 

 

 

 

 

 

 

X

X

X

X

 

 

 

Artikel klimaat/maatregelen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

X

X

X

X

Workshops

 

 

 

 

 

w

 

 

 

w

 

 

 

w

 

w

Case bijeenkomst

 

 

c

 

c

 

C

 

c

 

c

 

c

 

 

 

Voortgangsrapport

 

 

 

 

 

v

 

 

 

v

 

 

 

v

 

 

Promotie in IV 2014