Terug naar hoofdpagina Macrostabiliteit



Hoofdpublicaties


Aanvullende kennisdocumenten

De op deze pagina beschikbare aanvullende kennisdocumenten ('White Papers') geven uitwerkingen en/of toelichtingen voor enkele onderwerpen: 

Gebruik van de kennisdocumenten is vrij, maar het is aan de gebruiker zelf om te beoordelen of de kennis de project-specifieke toepassing dekt, en hoe de in elk document beschreven kennis wordt toegepast. Elk kennisdocument is met zorg samengesteld en gecontroleerd, gevolgd door formele vaststelling door de redactieraad van het POVM-gebruikersplatform (tot 2021) of het DIV-team (vanaf 2021). Toch kan niet worden uitgesloten dat bij toepassing nog kennislacunes of onvolkomenheden worden ontdekt. Verder valt ook niet uit te sluiten dat de inhoud in de toekomst nog zal wijzigen wanneer meer kennis beschikbaar komt. De actuele kennisdocumenten zijn ten slotte veelal (nog) niet door ENW beoordeeld, terwijl de POVM publicaties dat wel zijn

Handelingsperspectief schuifsterkte onverzadigde zone (november 2021)

Dit handelingsperspectief (versie 1.0, november 2021, status: DEFINITIEF) is gericht op het beoordelen en ontwerpen van macrostabiliteit van waterkeringen, voor situaties waar de schuifsterkte van de capillaire zone en de (initieel) onverzadigde zone een relevante invloed heeft op de faalkans door macro-instabiliteit. Met dit handelingsperspectief worden beheerders geholpen bij het opzetten van grondmechanisch veld- en laboratoriumonderzoek naar de schuifsterkte van deze zones. Tevens wordt in dit handelingsperspectief aangegeven hoe de schuifsterkte van deze zones kan worden gemodelleerd voor het uitvoeren van macrostabiliteitsanalyses.

De schuifsterkte van de (initieel) onverzadigde kleiige grondlagen blijkt hoger te zijn dan de gedraineerde schuifsterkte. Onder relatief natte omstandigheden, als de verzadigingsgraad relatief hoog is, blijkt de ongedraineerde schuifsterkte te worden gemobiliseerd. Onder relatief droge omstandigheden, als de zuigspanning hoog is, blijkt tot enkele meters onder maaiveld (in de bruine geoxideerde klei) een hogere schuifsterkte dan de ongedraineerde schuifsterkte te worden gemobiliseerd.

Uit een in 2020 uitgevoerde consequentie-analyse blijkt dat verschillen in modellering van de schuifsterkte van de (initieel) onverzadigde zone kunnen leiden tot verschillen in berekende stabiliteitsfactor tot een factor 1,5. Uitgedrukt in de kans op het optreden van macro-instabiliteit kan dit gaan om een afname van deze kans met een factor 10 tot 10.000. Op korte termijn zal deze consequentie-analyse worden geactualiseerd, op basis van de inmiddels beschikbare inzichten uit dit handelingsperspectief.


Shear Strength of Initially Unsaturated Soil - Factual report measurement sites Westervoort and Oijen (2021)


Dit rapport met bijlagen is opgesteld in opdracht van  DIV en RWS en maakt deel uit van anno 2022 nog lopend onderzoek naar de schuifsterkte van cohesieve grond die niet altijd verzadigd is. Het rapport beschrijft de tussenresultaten van veldmetingen en laboratoriumtesten voor twee locaties (IJsseldijk nabij Westervoort en Maasdijk nabij Oijen). De analyse van de meetgegevens is gerapporteerd in een afzonderlijk analyse-rapport (zie hieronder).

De gerapporteerde veldmetingen van zuigspanning, waterspanning en watergehalte vonden plaats tussen oktober 2019 en november 2021.  Dicht bij de sensoren zijn ook CPT’s, veldvintesten en boringen uitgevoerd. Monsters uit de boringen zijn beproefd in het laboratorium, voor wat betreft schuifsterkte en samendrukbaarheid. Daarnaast zijn classificatietesten uitgevoerd, zoals bepalingen van korrelgrootteverdelingen, Atterbergse grenzen, watergehalte, specifiek oppervlak en poriëngrootteverdelingen.


Shear Strength of Initially Unsaturated Soil - Results measurement sites Westervoort and Oijen (2021)


Dit rapport is ook opgesteld in opdracht van  DIV en RWS en maakt eveneens deel uit van anno 2022 nog lopend onderzoek naar de schuifsterkte van cohesieve grond die niet altijd verzadigd is. Het rapport beschrijft een tussentijdse analyse van de veldmetingen en laboratoriumtesten voor twee locaties (IJsseldijk nabij Westervoort en Maasdijk nabij Oijen). De meetgegevens zijn gerapporteerd in een afzonderlijk factual report (zie bovenstaand rapport).

Op basis van de veld- en laboratoriummetingen is het grondgedrag in de (initieel) onverzadigde zone gekwantificeerd. Het is gebleken dat een substantieel deel van de grond boven het normale dagelijkse freatisch vlak blijvend verzadigd is (grijze klei). Boven deze permanent verzadigde zone ligt een zone waar de mate van verzadiging en zuigspanning sterk varieert (bruine klei). Uit de schuifsterktemetingen bij Westervoort en Oijen blijkt dat de grond in de permanent verzadigde zone (grijze klei) zich ongedraineerd gedraagt. In de zone waar de verzadigingsgraad en de zuigspanning fluctueren (bruine klei) is het grondgedrag afhankelijk van de verzadigingsgraad. In deze zone is de gedraineerde schuifsterkte afhankelijk van zuigspanning en verzadigingsgraad en varieert dus ook sterk. De grond gedraagt zich ongedraineerd vanaf een bepaalde drempelwaarde van de verzadigingsgraad. In de ondiepe 1,0 m tot 1,5 m, waar zich scheuren in de klei kunnen bevinden, kan de gemobiliseerde schuifsterkte worden verminderd, wanneer het schuifvlak (gedeeltelijk) het patroon van de scheuren kan volgen. De afmetingen van deze drie zones en de grootte van de schuifsterkte binnen deze zones zijn afhankelijk van de grondsoort en de geohydrologische omstandigheden.


Praktijkonderzoek Opbarsten bij Dijken: Handelingsperspectief tussenresultaten Piping en Macrostabiliteit


De sterkte van de deklaag bij opbarsten heeft een grote invloed op de overstromingskans door piping en binnenwaartse macrostabiliteit. In het project Praktijkonderzoek Opbarsten bij Dijken (POD) wordt vanuit het HWBP door waterschap Drents Overijsselse Delta samen met Deltares onderzoek gedaan naar het gedrag van waterkeringen bij opbarsten van het achterland. Het gedrag is sterk afhankelijk van de dikte, sterkte en doorlatendheid van de deklaag. De huidige modellen en rekenregels voor beoordelen en ontwerpen bevatten een aantal conservatieve uitgangspunten. Met literatuur en modelonderzoek zijn in het project POD nieuwe hypotheses geformuleerd voor het gedrag van de kering bij opbarsten. Deze zijn onderzocht met grote schaal laboratorium- en praktijkproeven. Analyse van de proeven moet begin 2025 leiden tot nieuwe rekenmodellen voor ontwerp en beoordeling van waterkeringen.

De handelingsperspectieven ondersteunen versterkingsprojecten bij het maken van keuzen bij het toepassen van tussentijdse inzichten over de sterkte bij opbarsten uit het project POD. De handelingsperspectieven zijn gebaseerd op de kennis per januari 2024 en kunnen worden gebruikt bij het bepalen van de veiligheidsopgave en het ontwerpen van waterkeringen. Gevraagd wordt om bij toepassing van een Handelingsperspectief contact op te nemen met DIV, zodat er begeleiding bij het toepassen van deze nieuwe kennis kan worden verleend en de opgedane ervaringen meegenomen kunnen worden in de verdere ontwikkeling van de aanpak.

Het handelingsperspectief Macrostabiliteit is opgesteld door het strategieteam Macrostabiliteit van De Innovatieversneller. Het handelingsperspectief Piping is opgesteld door het strategoieteam Piping van De Innovatieversneller. Beide handelingsperspectieven zijn afgestemd met het POD, gepresenteerd bij de Technisch begeleiders van de programmadirectie HWBP en op 1 maart voorgelegd aan de klankbordgroep van POD. De opmerkingen uit deze gremia zijn verwerkt. Het document is ook gepubliceerd op de DIV- WIKI pagina van macrostabiliteit.


Vragen & Antwoorden

Voor de dijkversterking SAS (Sterke Lekdijk) wordt mogelijk een rekeninnovatie toegepast door te de sterkte af te leiden bij lagere rekken dan de CSSM rek van 25%. Bij GOWA is al ervaring opgedaan met deze rekenmethodiek. Waar is de informatie van GOWA te vinden?

Wat voor GOWA is gedaan, is gepubliceerd in ‘Geotechniek’ van augustus 2020. Dat is de state-of-the art ook per 1 sept 2022. Zowel het dijkversterkingsproject SAS (HDSR) als SAFE (WSRL) overwegen dit op te gaan pakken in hun project.


Achtergronddocumenten

Toename sterkte in de dijk

De ongedraineerde schuifsterkte van klei en veen wordt voor een deel bepaald door de overconsolidatieratio (OCR). De OCR neemt volgens de isotachen-theorie toe in de tijd als gevolg van kruip. Daarmee is de verwachting dat ook de ongedraineerde schuifsterkte toeneemt in de tijd. In de praktijk wordt soms in stabiliteitsanalyses in dijkversterkingsprojecten al rekening gehouden met deze sterkte-toename. Hier wordt op verschillende manieren invulling aan gegeven.

Dit rapport doet verslag van de eerste stap in een onderzoek naar de toename van de ongedraineerde schuifsterkte in de tijd. In deze eerste stap is voor twee onderzoekslocaties onderzocht of de toename van sterkte in de tijd van het materiaal onder dijken en stabiliteitsbermen aangetoond kan worden of niet, en zo ja, of deze beschreven kan worden met de isotachen-theorie.

Uit het uitgevoerde veld- en laboratoriumonderzoek blijkt dat er in zekere mate wel sprake is van toename van sterkte in de tijd, maar deze is aanzienlijk minder dan voorspeld wordt met de isotachen-methode. Dit geldt met name voor veen. Waardoor dit verschil wordt veroorzaakt, is vooralsnog niet duidelijk. Dit kan voor een deel worden veroorzaakt door de uitgangspunten en de afleiding van de parameters. Mogelijk behoeft het isotachen-model aanpassing. Als dat het geval is, heeft dat ook consequenties voor zettingsanalyses. Verder onderzoek hiernaar is belangrijk, maar valt buiten de scope van deze eerste analyse.

De gevonden OCR-waarden voor beide locaties liggen tussen 1,0 en 1,5 met een gemiddelde waarde van 1,24, een standaardafwijking van 0,10 en een karakteristieke ondergrenswaarde van 1,09. Deze waarden gelden voor een kruiptijd van 23 jaar en voor alle kleiige en venige grondsoorten. Deze waarden kunnen ook worden toegepast in dijkversterkingsprojecten, waar stabiliteitsbermen worden ontworpen voor een planperiode van minimaal 23 jaar. De genoemde waarden kunnen worden gebruikt om invulling te geven aan de verwachte ‘pre overburden pressure’ (POP) behorend bij de toekomstige dagelijkse omstandigheden (TDO), zoals voorgesteld in KPR-Factsheet omgang met grensspanning in het ontwerp (23-1-2018).

  • No labels