Page tree

Versions Compared

Key

  • This line was added.
  • This line was removed.
  • Formatting was changed.

Zandsuppleties vullen zandtekorten aan. Die ontstaan als het gezamenlijke effect van zeespiegelstijging en afvoer van zand lokaal groter is dan de aanvoer. Hierdoor trekt de kustlijn zich landwaarts terug. Het aanbrengen van zand doet dit weer teniet. Afgevoerd zand komt ten goede aan andere delen van het kustsysteem. De kust is een zanddelend systeem (nat en droog). Het gehele kustsysteem profiteert dus van zandsuppleties. Een structurele analyse van de herverdeling van het in de afgelopen decennia gesuppleerde zand is tot nu toe niet gemaakt, niet voor individuele suppleties en niet voor grotere kustvakken. In 2011 is daar in het kader van het project B&O Kust een start mee gemaakt. Uitbreiding van de analyse kan ons veel leren over de werking van het kustsysteem en de effecten van suppleren hierop. Inzicht in de herverdeling van suppletiezand is relevant in verband met de schaalvergroting van het suppleren (toename van het jaarlijks aangebrachte volume; toename van de omvang van suppleties). Dit inzicht ondersteunt niet alleen het vaststellen van regionale effecten van suppleren, maar is ook nodig voor het optimaliseren van de uitvoering (keuze van locatie, volume en uitvoeringswijze) en het ontwikkelen van alternatieve strategieën. Herverdeling van suppletiezand moet beschouwd worden in het licht van de natuurlijke zandtransporten. Het is niet mogelijk noch relevant om vast te stellen of het een gesuppleerde zandkorrel of een natuurlijke zandkorrel betreft.Dit deelprogramma bestrijkt het gehele kustsysteem (Hollandse kust, Wadden en Schelde). Specifieke vragen voor de deelsystemen die gevormd worden door zeegaten en eilandkoppen is, vanwege de grote complexiteit (en de veel grotere invloed van getijwerking) een apart deelprogramma (zie 4.). Daarbinnen worden ook de denkmodellen over de werking van elk
kustvak opgesteld.

Het doel van dit programma is om inzicht in de morfologische toestand en werking van de Nederlandse kust te ontwikkelen. Dit omvat:

a. Kennis van de ondergrond, onder te verdelen in kennis over de geologische opbouw (inclusief bodemsamenstelling en aanwezigheid van harde lagen) en kennis over de bodemdaling.

b. Toestand en autonome ontwikkeling morfologie.

c. Invloed van ingrepen (vooral suppleties en zandwinning). Hieronder vallen ook:

  • Vanuit evaluaties van suppleties komen tot een Richtlijn Suppleren.
  • Inzicht in locaties en hoeveelheden beschikbaar zand in de Noordzee.
  • Invloed van bebouwing op zandtransporten naar de duinen.