Child pages
  • De tool: Theorie

Versions Compared

Key

  • This line was added.
  • This line was removed.
  • Formatting was changed.

 

Image Modified

 

HTML
< <!--Hide
page title-->
<style>
#title-heading
{ 
display:none;
}
.page-metadata
{
display:none;
}


</style>

De tool: Theorie

 

Deck of Cards
idTheorie tabs
Software

De werking van de Verkenner

In onderstaand figuur is een stroomschema van de KRW-Verkenner weergegeven. Het begint met een schematisatie van een (stroom)gebied. Daarin neemt de gebruiker van de KRW-Verkenner een aantal zaken op, zoals:

  • De afwateringsgebieden en waterlichamen;
  • de koppelingen tussen de verschillende waterlichamen (routing);
  • de emissies van water en stoffen; en
  • kenmerken ten aanzien van de inrichting en het beheer van de waterlichamen.

Image Removed

Deze informatie wordt bij een berekening gestuurd naar een waterbalans die waterstromen tussen de verschillende waterlichamen en afwateringsgebieden berekend.
Vervolgens wordt de stofbalans berekend. Aan waterstromen worden emissies van stoffen toegekend. In de waterlichamen kan vervolgens nog retentie plaatsvinden van stof. Dit is in de stofbalans opgenomen door middel van een eerste orde afbraakproces.
Na de stofbalans kan de ecologische module een berekening uitvoeren. Naast de concentraties van onder andere nutriënten op de waterlichamen worden kenmerken van de waterlichamen zelf meegenomen.

De ecologie binnen de KRW-Verkenner speelt een grote rol. De KRW-Verkenner bevat daarom een ecologische module voor de regionale wateren die op basis van chemische variabelen en inrichtingsvariabelen de EKR score kan bepalen.

Voor de grote landelijke wateren is een andere ecologische methode ontwikkeld. Deze methode maakt gebruik van ecotopen. Een ecotoop heeft vervolgens een oppervlakte en een soortenlijst. Daarmee is het mogelijk om via de natuurlijke maatlat de EKR score te bepalen.

De gebruiker heeft de mogelijkheid om de uitkomsten van de stofbalans en de ecologische module om te zetten naar een maatlat. Vervolgens kunnen de resultaten gepresenteerd worden in een kaart, een rapport of worden geëxporteerd naar bijvoorbeeld Microsoft Excel voor verdere verwerking.

Maatregelen spelen ook een belangrijke rol in de KRW-Verkenner. De gebruiker kan door middel van een user interface maatregelen opstellen en deze doorrekenen. Op dit moment kan de gebruiker emissie reducerende maatregelen en maatregelen op de ecologie invoeren en doorrekenen.

Card
 
Card
labelSchematisatie
 
AnchorSchematisatieSchematisatieSchematisatieGebiedskenmerken, emissies en waterbalansen worden gebruikt als input voor de KRW-verkenner. Voor de invoer
Card
idSchematisatie
labelSchematisatie
Section
Column
width5%

 

Column
width60%

 

Een KRW-Verkenner schematisatie bestaat uit:

  • Gebiedskenmerken
    • oppervlaktewater (waterlichamen)
    • afwateringsgebieden
    • onderlinge relatie (waterstromen)
  • Emissies
    • water
    • stoffen
  • Ecologische parameters
    • inrichting
    • beheer
  • Kaartmateriaal (zoals shapes)

Voor de invoergegevens maakt de KRW-Verkenner waar mogelijk gebruik van externe databases met beschrijvingen van de hydrologie, emissies en kenmerken van waterlichamen.

Hydrologische informatie kan worden onttrokken aan bestaande SOBEK-toepassingen voor waterkwantiteit of andere waterkwantiteitsmodellen. De emissiegegevens kunnen worden onttrokken aan de EmissieRegistratie, al dan niet in combinatie met de EmissieModule. Overige

Zo kan hydrologische informatie opgehaald worden van bestaande waterkantiteitsmodellen (bijvoorbeeld SOBEK), emissiegegevens van de EmissieRegistratie en overige gegevens, zoals de inrichting van een waterlichaam of de verstuwingsgraad

worden uit

van lokale databases van waterbeheerders

gehaaldsectioncardlabelWaterbalans

.

 

Column
width
50%

Een KRW-Verkenner schematisatie bestaat uit:

  • Water netwerk
    • oppervlaktewater (Waterlichamen);
    • afwateringsgebieden; en
    • onderlinge relatie (waterstromen)
  • Emissies
    • water; en
    • stoffen
  • Ecologische parameters
    • inrichting
    • beheer
  • Kaartmateriaal
5%

 

Column
width30%

Image Added

50%
Card
idWaterbalans
labelWaterbalans
Section
Column
width
5%

Image Removed

Card

 

Column
width
60%

 

Waterbalans

De waterbalans wordt opgelost volgens

Op een vooraf vastgelegd netwerk

. Bronnen lozen geheel hun vracht

lozen waterbronnen (afwateringsgebieden, RWZI's etc) op een oppervlaktewatereenheid (SWU) of een afwateringsgebied (Basin). Een

afwateringsgebied loost zijn

SWU of een Basin loost eventueel wateroverschot op een of meerdere

oppervlaktewatereenheden. De verhouding tussen de ontvangende waterlichamen wordt vooraf vastgelegd. Een oppervlaktewatereenheid loost zijn wateroverschot vervolgens ook weer op een of meerdere waterlichamen.

SWUs. De verdeling van het te lozen water is van te voren vastgelegd. De hoofd-afstromingsrichting is hiermee vastgelegd.

Naast de hoofd-afstromingsrichting kan,

waarbij de door het watersysteem worden getransporteerd, kunnen ook

door middel van vaste debieten tussen

oppervlaktewatereenheden

SWUs onderling en tussen

waterlichamen

SWUs en

afwateringsgebieden worden opgelegd. Op deze manier kan er ook water

Basinswaterlichamen en afwateringsgebieden, een waterbeweging tegengesteld aan de hoofd-afstromingsrichting

stromen

worden opgelegd. Dit is bijvoorbeeld

van belang bij de inlaat

nodig bij het inlaten van water of bij doorspoeling.

De

werking van het transport van water- en stoffen in de KRW-Verkenner kan worden uitgelegd met het onderstaande eenvoudige voorbeeld..

Image Removed

Drie van de bronnen ‘lozen’ op het afwateringsgebied, drie op het onderste waterlichaam. Daarnaast wordt er water ingelaten om

figuur hiernaast illustreert een klein watertransport netwerk. In dit figuur lozen drie bronnen op een Basin en drie bronnen op een SWU. Om het peil in het

afwateringsgebied

Basin te kunnen handhaven, wordt er water ingelaten. Dit water wordt vanuit het bovenste

waterlichaam

SWU ingelaten. De waterbalans van het

afwateringsgebied wordt

Basin is dan: 50 + 80 + 200 vanuit de bronnen, plus 40 inlaatwater. De totale stroom van het

afwateringsgebied

Basin naar het

waterlichaam wordt

SWU is dan 370 (hierbij

even voorbijgaand aan

uitgaande stromen als verdamping en wegzijging negerend). De waterbalans van het

onderste

SWU waterlichaam wordt dan: 370 + 8 + 20 + 50 + 40 – 40, waarmee het debiet van het onderste naar het bovenste

waterlichaam

SWU uitkomt op 448.

Bij het vastleggen van dergelijke retourstromen in het netwerk van waterlichamen en afwateringsgebieden is het van belang deze als een absoluut debiet op te geven.

wabacore

De waterbalans module wordt gevormd door de
Column
width5%

 

Column
width30%

Image Added

Section
Column
width5%

 

Column
width60%

Wabacore

Het rekenhart van de waterbalans is het programma Wabacore. Dit is een steady state waterbalansen model

die

en is voor de

verkenner is

KRW-Verkenner opgezet als pre-processor voor de stofbalans.

De rekenkern krijgt

Op basis van de user interface, krijgt Wabacore de volgende informatie

van de user interface

door:

  • Alle rekeneenheden (segmenten
(rekeneenheden
  • ) van de KRW-Verkenner schematisatie. De segmenten worden gevormd door de
afwateringseenheden
  • SWUs en
de oppervlaktewater eenheden
  • Basins.
  • De
relatie
  • links tussen de segmenten
, de links
  • .
  • Alle belastingen en onttrekkingen van water op de segmenten.

Wabacore maakt een stelsel vergelijkingen dat de waterbalans voor de segmenten weergeeft. De uitgangspunten daarbij zijn:

er is een
  • Een willekeurig aantal bekende
debieten
  • debieten tussen
segmenten
  •  segmenten in het netwerk
of
  • en over
de
  •  de randen
;van elk
  • .
  • elk segment heeft 0, 1 of meer onbekende uitstromende debieten; en
    • Van elk onbekend uitstromend debiet is bekend
    welk deel
    • hoeveel (
    percentage
    • in %) dit debiet van de totale uitstroming
    uit het segment het omvat
    • is.
    Dit

    Per segment resulteert dit in een stelsel van vergelijkingen voor de onbekende debieten.

    Per segment is er een waterbalansvergelijking, en daarnaast zijn er vergelijkingen die de verhoudingen tussen 2 of meer onbekende uitstromende debieten uit hetzelfde segment vastleggen.

    Voor segmenten zonder onbekende uitstroming wordt om reken technische redenen een onbekende uitstroming toegevoegd. Als de invoer consistent is, zal dit debiet een waarde nul krijgen

    . Het

    en wordt

    dan

    , na het oplossen van het stelsel, weer verwijderd.

    Oplossen vergelijkingen waterbalans

    Het stelsel van vergelijkingen wordt eerst gereduceerd, door directe substitutie van vergelijkingen

    met slechts

    , tot 1 onbekende. Dit wordt herhaald totdat er geen direct oplosbare vergelijkingen meer zijn. In fysische termen betekent dit dat lijnvormige strengen van segmenten die aan het "vermaasde" netwerk vastzitten opgelost worden. Het resterende stelsel wordt opgelost via directe

    matrixinversie

    matrix-inversie volgens de LU-decompositie-methode. Deze aanpak is gekozen omdat directe

    matrixinversie

    matrix-inversie voor grote stelsels (b.v. de landelijke applicatie, ca. 20 000 onbekenden) niet mogelijk is vanwege een te groot beslag op het interne geheugen.

    Bij de landelijke applicatie bleek dat de reductie van het stelsel door directe substitutie zeer effectief is en dat het resterende stelsel zeer beperkt was (enkele honderden onbekenden).
    Card
     
    Card
    labelStofbalans
     

    Stofbalans

    In de KRW-Verkenner wordt een vereenvoudigde beschrijving gegeven van het stoftransport door een gebied. Alle inkomende en uitgaande balansposten

    Column
    width5%

     

    Column
    width30%

     

    Card
    idStofbalans
    labelStofbalans
    Column
    width5%

     

    Column
    width60%

     

    Alle inkomende en uitgaande stofstromen moeten vooraf aan de KRW-Verkenner worden opgegeven. De benodigde gegevens zijn te verkrijgen uit verschillende databronnen

    . Denk daarbij aan

    , zoals:

    • Meetgegevens van het te beschrijven watersysteem
    ;
    • Landelijke databases
    , zoals
    • (bijvoorbeeld de Emissieregistratie
    ; en/ofmodelstudies
    • )
    • Modelstudies (bijvoorbeeld STONE)
    , of uit de landelijke Emissieregistratie.Bedenk goed dat al

    Omdat deze databronnen met onzekerheden omgeven zijn

    . Een

    , is een goede analyse van de

    aanwezige gegevensbronnen in het beschouwde gebied moet worden uitgevoerd, voordat wordt begonnen

    beschikbare data nodig voordat er begonnen wordt met het vullen van de KRW-Verkenner.

    Voorafgaand aan het oplossen van de stofbalans, heeft de KRW-Verkenner al een waterbalans opgelost

    . De

    omdat de waterbalans

    vormt

    een belangrijke input bron

    van

    is voor de stofbalans. De

    afvoer

    water- en

    vracht

    stofafvoer uit een bovenstrooms

    ‘bakje’

    segment wordt als

    in-post opgelegd aan

    invoer gebruikt door een benedenstrooms

    bakje en zal dan ook de concentratie in het benedenstroomse bakje beïnvloeden.Met behulp van

    segment en het bovenstrooms segment beïnvloedt daarmee dus de stofconcentratie van het benedenstrooms segment. In principe kan de KRW-Verkenner

    kan de gebruiker in principe

    alle stoffen doorrekenen

    . Standaard

    , maar standaard zijn er vier stoffen

    hard vanuit het UI opgenomen. Deze vier stoffen (TotaalN, TotaalP, Chloride en BZV) hebben een relatie met de ecologische module van de KRW-Verkenner

    opgenomen: totaal stikstof, totaal fosfaat, chloride en het biologisch zuurstofverbruik (BZV). Deze vier stoffen zijn nodig voor de ecologische module en kunnen daarom niet worden gewijzigd.

    Naast deze vier stoffen kan de gebruiker iedere stof toevoegen die hij of zij wil.

    Steady State oplossing

    De KRW-Verkenner maakt, net als de waterbalans, gebruik van een steady state oplossing. Dat wil zeggen dat voor een rekeneenheid (

    basin

    SWU of

    SWU

    M

    Massa

    Basin) het volgende geldt:

    Image Modified

    Waarin:

    Waar M staat voor massa (g)

    , Qin

    Instromende

    voor instromende debieten (m3/s)

    , Qout

    Uitstromende

    voor uitstromende debieten (m3/s)

    , Cin

    Concentratie

    voor stofconcentraties van

    stof van

    het instromende

    bakje

    debiet (g/m3)

    C

    Concentratie van stof in het rekenbakje

    V

    Volume van de rekeneenheid

    , C voor de stofconcentratie in het segment, V voor het volume van het segment (m3)

    k

    Afbraakconstante

    en k de afbraakconstante van een stof (1/d)

    Retentie

    De afbreekconstante in de KRW-Verkenner

    . De afbraakconstante kan per stof worden opgegeven

    . Daarnaast kan de gebruiker de afbreekconstante temperatuur afhankelijk maken. De

    k

    Afbraakconstante

    en kan temperatuurafhankelijk worden gemaakt. Voor de afbraakconstante wordt de volgende formulering wordt gebruikt:

    Image Modified

    Waarin:

    Waar k20 staat voor de afbraakconstante bij 20 °C (1/d)

    K20

    Afbraaksconstante bij 20° Celcius (1/d)

    θ

    Temperatuurscoefficient, default is

    , θ voor de temperatuurscoëfficiënt (default 1.047 (-)

    T

    Watertemperatuur (° Celcius)

    Daarnaast

    ) en T voor de watertemperatuur (°C). Daarnaast is de retentie ruimtelijk differentieerbaar door middel van een "Tag" aan een

    oppervlaktewater node of een basincard

    SWU of Basin toe te kennen.

    Column
    width5%

     

    Column
    width30%

     

    Card
    idEcologie
    labelEcologie
    Section
    Column
    width5%

     

    anchor
    Column
    Ecologie
    width
    Ecologie
    60%
    Ecologie

     

    Ecologische

    Op basis van kennisregels

    kunnen worden gebruikt om veranderingen in EKR-

    worden de effecten van maatregelen op de EKR scores van de vier biologische kwaliteitselementen (

    macrofyten

    waterplanten, fytoplankton, macrofauna

    ,

    en vissen

    en fytoplankton) te berekenen op waterlichaamniveau na het nemen van maatregelen.De ecologische rekenkern van de

    ) berekend. De EKR-scores worden berekend op SWU niveau. De KRW-Verkenner bevat

    meerdere rekenmodulen (zie onderstaand figuur). Op hoofdlijnen wordt onderscheid gemaakt tussen twee hoofdmethoden:
    • Regionale kennisregels; en
    • Landelijke kennisregels

    Image Removed

    De hoofdmethode wordt bepaald door het KRW-watertype. In onderstaande tabel

    2 rekenmodulen die de EKR scores op verschillende manieren berekend. De 2 rekenmodulen worden onderscheiden op basis van het KRW-watertype en worden geclassificeerd als rijkswater of regionaal water.  In onderstaande tabellen zijn de typen weergegeven.

    Bij

    Met het importeren of genereren van rekeneenheden

    in de Verkenner

    wordt het watertype en

    dus ook

    de

    hoofdmode gezet. In het geval van bijvoorbeeld een M3 wordt de rekenmethode op Regionaal gezet. Bij een R7 zal de methode op Ecotopen gezet worden. Sommige watertypen ondersteunen twee methoden, namelijk de M14 en M20. Standaard wordt dan gebruik gemaakt van de Regionale methode.
    50%

    daarbij behorende rekenmethode gezet.

    Rijswateren

    Deze methode is gebaseerd op ecotopen als rekeneenheden. Elk waterlichaam bestaat uit verschillende ecotopen en elk ecotoop omvat een specifieke soortenlijst. Deze soortenlijsten worden oppervlakte gemiddeld gewogen (met uitzondering van macrofauna) en zo ontstaat er een soortenlijst per waterlichaam. Aan de hand van deze soortenlijst wordt een EKR score berekend. Door deze werkwijze heeft een verandering in ecotoopcompositie een effect op de EKR-score.

    Achtergrond informatie
    • Methode Rijkswateren, Deltares rapport 2010: download hier
    • Ecologie methode Rijkswateren, Deltares rapport 2011: download hier
    • Presentatie Ecologie methode Rijkswateren voor RWS, 2010: download hier
    • Presentatie Ecologie methode Rijkswateren voor Waterdienst, 2010: download hier

    Regionaal

    De regionale kennisregels zijn gebaseerd op data van regionale wateren. De data is opgeslagen in een database die door RoyalHaskoning-DHV wordt beheerd (Evers et al, 2009). De database bevat relaties tussen EKR-score en verschillende waterkwaliteit- en inrichtingsvariabelen voor een groot aantal waterlichamen. Voor de regionale ecologische toepassing van de KRW-Verkenner kan de gebruiker kiezen uit drie methoden:

    • Regressiebomen, PBL rapport 2013: download hier
    • Neurale Netwerken, Royal Haskoning rapport 2015: download hier
    • PUNN neuraal network, STOWA/W+B rapport 2012: download hier en meer achtergrond van de formuleringen hier.

    De PUNN methode heeft de meest voorspellende kracht (Vissers, 2013a) en is daarom de default ecologie methode voor regionale toepassingen. De andere twee methoden zijn ook opgenomen in de KRW-Verkenner, maar kunnen niet direct door de gebruiker geselecteerd worden. Mocht een gebruiker toch 1 van deze 2 methode willen gebruiker, dan kan contact opgenomen worden met de KRW-Verkenner helpdesk.

    De KRW-watertypen zijn ingedeeld in 10 clusters (zie de 2 tabellen hieronder). Per cluster zijn rekenregels afgeleid per biologisch kwaliteitselement waarbij een aantal stuurvariabelen van belang zjin (zie tabel verder naar beneden). Voor de benodigde invoer voor de stuurvariabelen kan de gebruiker de KRW-Verkenner de chemische variabelen laten berekenen of de gebruiker kan hiervoor metingen gebruiken.

    Meer achtergrond informatie

    Vergelijking van de drie methoden, PBL rapport 2013: download hier.

     

    Column
    width5%

     

    Column
    width30%

    Image Added

    Section
    Column
    width

    M1a/b

    45%

    KRW-Watertype

    Ecotopen

    Regionale wateren

    Rivieren

    ClusterOmschrijving

    Rijkswater

    Regionale

    wateren

    R4

    Langzaam stromende bekenPermanent langzaam stromende bovenloop op zand

     

    x

    M2

    R5

    Langzaam stromende bekenLangzaam stromende middenloop/benedenloop op zand

     

    x

    M3

    R6

    Langzaam stromende bekenLangzaam stromend riviertje op zand/klei

     

    x

    M4

    R7

     

    x

    M6a/b

     

    x

    M7a/b
    Rivier/nevengeulLangzaam stromende rivier/nevengeul op klei/zand

    x

     

    R8

    Brakke tot zoute waterenZout getijdenwater (uitlopers rivier) op zand/klei

    x

     

    R12

    Langzaam stromende bekenLangzaam stromende middenloop/benedenloop op veenbodem

     

    x

    M8

    R13

    Snel stromende bekenSnel stromende bovenloop op zand

     

    x

    M10

    R14

    Snel stromende bekenSnelstromende middenloop/benedenloop op zand

     

    x

    M14

    R15

    x

    x (default)

    M20
    Snel stromende bekenSnelstromend riviertje op kiezelhoudende bodem

     

    x

    x (default)

    M21

    R16

    Rivier/nevengeulSnelstromende rivier/nevengeul op zandbodem of grind

    x

     

    M23

    R17

    Snel stromende bekenSnelstromende bovenloop op kalkhoudende bodem

     

    x

    M27

    R18

    Snel stromende bekenSnelstromende middenloop/benedenloop op kalkhoudende bodem

     

    x

    M30

    O2

     
    EstuariumEstuarium met matig getijverschil

    x

    M31

     

    x

    Column
    width
    50%
    45%

    KRW-Watertype

    Ecotopen

    Regionale wateren

    R4

    Meren

    ClusterOmschrijving

    Rijkswater

    Regionale

    wateren

    M1a/b

    SlotenGebufferde sloten op minerale bodem

     

    x

    R5

    M2

    SlotenZwak gebufferde sloten

     

    x

    R6

    M3

    KanalenGebufferde (regionale) kanalen

     

    x

    R7

    M4

    x

    KanalenZwak gebufferde (regionale) kanalen

     

    R8

    x

     

    M6a/b

    R12
    KanalenGrote ondiepe kanalen

     

    x

    R13

    M7a/b

    KanalenGrote diepe kanalen

     

    x

    R14

    M8

    SlotenGebufferde laagveen sloten

     

    x

    R15

    R17

    M10

    Kanalen

    Laagveen vaarten en kanalen

     

    x

    R16

    x

     

    M14

    Ondiepe merenOndiepe (matig grote) gebufferde plassen

    x

    x (default)

    M16Diepe merenDiepe gebufferde meren

    x

    x (default)

    M20

    Diepe merenMatig grote diepe gebufferde meren

    x

    x (default)

    M21

    Diepe merenGrote diepe gebufferde meren

    x

     

    M23

    Ondiepe merenOndiepe kalkrijke (grotere) plassen

     

    x

    R18

    M27

    Ondiepe merenMatig grote ondiepe laagveenplassen

     

    x

    O2

    M30

    x

     

    Regionale wateren

    De regionale kennisregels zijn gebaseerd op data van regionale wateren. De data is opgeslagen in een dataset die door RoyalHaskoning-DHV wordt beheerd (Evers et al, 2009). De database bevat relaties tussen EKR-score en verschillende waterkwaliteit- en inrichtingsvariabelen voor een groot aantal waterlichamen in Nederland. In 2009 zijn voor de ex-ante evaluatie regressiebomen afgeleid uit de data.

    De KRW-watertypen zijn ingedeeld in 8 clusters. Per cluster zijn rekenregels afgeleid per biologisch kwaliteitselement.

    Voor ieder cluster zijn een aantal stuurvariabelen van belang. In onderstaande tabel zijn per cluster de stuurvariabelen weergeven. De gebruiker van de KRW-Verkenner kan de chemische variabelen door de stofbalans van de Verkenner laten berekenen. Een andere mogelijkheid is dat de gebruiker de ecologische module loskoppelt van de stofbalans en baseert op metingen van de chemische variabelen.

    In 2012 is de dataset verder verbeterd en zijn drie rekenmethoden ontwikkeld op dezelfde dataset:

    • Regressiebomen 2012 (Vissers, 2013b) ;
    • Neurale Netwerken - EEE3 (Schomaker, 2013); en
    • PUNN neuraal netwerk (de Niet, 2012).

    De PUNN (de Niet, 2012) methode heeft zich bewezen als de methode met de meest voorspellende kracht (Vissers, 2013a). De PUNN methode is dan ook als de “default” methode opgenomen in de KRW-Verkenner. De overige methoden, de regressiebomen zijn ook opgenomen in de KRW-Verkenner, maar niet direct voor de gebruiker toepasbaar. Mocht de gebruiker geïnteresseerd zijn, dan kan contact opgenomen worden met de KRW-Verkenner helpdesk.

    Rijkswateren

    Op dit moment is de ontwikkeling van rekenregels voor Rijkswateren nog in volle gang. De methodiek die hier gebruikt wordt is gebaseerd op ecotopen als rekeneenheden. Een waterlichaam bestaat hierbij uit verschillende ecotopen, die elk een specifieke soortenlijst bevatten. De soorten kunnen direct vertaald worden in EKR-scores door gebruik te maken van de KRW-maatlatten. Door een oppervlaktegewogen berekening te maken wordt een soortenlijst gegenereerd (macrofauna is hierbij een uitzondering) per waterlichaam en aan de hand hiervan wordt de EKR-score berekend. Een verandering in de ecotoopcompositie door bijvoorbeeld het nemen van een inrichtingsmaatregel heeft op deze manier effect op de EKR-score. Kijk bij Overig voor meer informatie.

    Card
     
    Card
    labelMaatregelen
     
    AnchorMaatregelenMaatregelenMaatregelenMet het nemen van maatregelen zet de gebruiker het stuur op de ontwikkelingen in zijn beheersgebied. De KRW-Verkenner maakt het mogelijk de effecten van deze maatregelen op de ecologische kwaliteit door te rekenen. Dit is de essentie van de KRW-Verkenner.
    In de KRW-Verkenner zit
    Zwak brakke waterenZwak brakke wateren

     

    x

    M31

    Brakke tot zoute waterenBrakke tot zoute wateren

     

    x

    StuurvariabelenKlassen/eenheidOmschrijvingRelevant voor welke clusters
    Meandering51= recht + normprofiel, 2= gestrekt + natuurlijk dwarsprofiel, 3 = zwak slingerend, 4 = slingerend, 5 = vrij meanderendLangzaam stromende beken, Snelstromende beken
    Verstuwing3

    1 = sterk gestuwd zonder vistrappen, 2 = gestuwd met vistrappen, 3 = ongestuwd

    Langzaam stromende beken, Snelstromende beken
    Beschaduwing

     

    3

    1 = onbeschaduwd zonder ruigte op de oevers, 2 = gedeeltelijk beschaduwd of ruigte op de oever, 3 = grotendeels of geheel beschaduwdLangzaam stromende beken, Snelstromende beken
    Oeverinrichting31 = beschoeid of steil en onbegroeid, 2 = riet/helofyten, 3 = moeras + riet/helofytenSloten, Kanalen, Ondiepe meren, Diepe meren, Zwak brakke wateren, Brakke tot zoute wateren

    Peildynamiek

    31 = tegennatuurlijk, 2 = stabiel, 3 = natuurlijkSloten, Kanalen, Ondiepe meren, Diepe meren, Zwak brakke wateren, Brakke tot zoute wateren
    Onderhoud2

    1 = intensief, 2 = extensief

    Sloten, Kanalen, Zwak brakke wateren, Brakke tot zoute wateren
    Scheepvaart21 = intensief bevaren, 2 = niet of nauwelijks bevarenKanalen
    Connectiviteit3

    1 = geïsoleerd, 2 = periodiek geïsoleerd, 3 = open verbinding

    Zwak brakke wateren, Brakke tot zoute wateren
    Totaal Nmg N/l

    Zomergemiddelde (april-september)

    Langzaam stromende beken, Snelstromende beken, Sloten, Kanalen, Ondiepe meren, Diepe meren, Zwak brakke wateren, Brakke tot zoute wateren
    Totaal Pmg P/lZomergemiddelde (april-september)

    Langzaam stromende beken, Snelstromende beken, Sloten, Kanalen, Ondiepe meren, Diepe meren, Zwak brakke wateren, Brakke tot zoute wateren

    BZVmg O2/lZomergemiddelde (april-september)Langzaam stromende beken, Snelstromende beken
    Chloridemg Cl/lZomergemiddelde (april-september)Zwak brakke wateren, Brakke tot zoute wateren

     

     

     

    Card
    idMaatregelen
    labelMaatregelen
    Section
    Column
    width5%

     

    Column
    width60%

     

    In de KRW-Verkenner zijn een groot aantal maatregelen en hun effecten voorgeprogrammeerd. Globaal worden de maatregelen onderverdeeld in drie categorieën:

    • Maatregelen gericht op puntbronnen
    • Maatregelen op
    Diffuse
    • diffuse bronnen
    ; en
    • Maatregelen gericht op
    de
    • inrichting en het beheer (ecologie).
    Al naar gelang de wens van de gebruiker kan deze ervoor kiezen maatregelen

    De maatregelen kunnen generiek of

    juist

    locatiespecifiek

    toe te passen

    worden toegepast. Daarnaast

    heeft

    is er de

    gebruiker de

    mogelijkheid om de maatregelen in de tijd

    in

    te plannen.

    Gecombineerde maatregelpakketten en "gestapelde maatregelen" kunnen worden doorgerekend.

    Voor zeer complexe maatregelpakketten waarbij,

    waarbij

    door bijvoorbeeld ingrijpende hydrologische aanpassingen

    worden doorgevoerd

    of grote planologische ingrepen,

    waarbij bijvoorbeeld zowel

    effecten op zowel emissies (locaties van emissiebronnen)

    en

    als inrichtingsmaatregelen worden doorgevoerd, kan het

    noodzakelijk

    nodig zijn om nieuwe databases voor de hydrologie, emissies en/of gebiedskenmerken in te lezen.

    Ook

    Op deze manier kunnen ook effecten van andere, niet specifiek ten behoeve van de KRW genomen maatregelen

    kunnen

    worden doorgerekend, mits ze een kwantificeerbaar effect hebben op hydrologie, emissies of gebiedskenmerken.

    Voorbeelden hiervan zijn maatregelen die mogelijk worden genomen in het kader van veiligheid en zoetwatervoorziening.

    Image Removed

    Card
     
    Card
    labelUitvoer
     
    AnchorMonitoringMonitoringUitvoer

    De effecten van maatregelen en maatregelpakketten worden inzichtelijk gemaakt aan de hand van kaarten, tabellen, diagrammen en rapportages. De nieuwe User Interface van de KRW-Verkenner zal de mogelijkheid hebben een aantal varianten te vergelijken. Hieronder is een voorbeeld te zien van de User Interface van de KRW-verkenner met een grafiek van de totale stikstof concentratie in een demo model.

    Image Removed

    Image Removed

    Card
     
    Card
    labelOverige
     
    AnchorMonitoringMonitoringMonitoring

    De primaire functie van de KRW-Verkenner is het doorrekenen van maatregelen en maatregelpakketten voor het behalen van de KRW doelstellingen. Deze functionaliteit is dan ook vooral bedoeld voor in de planfase van het beleidsproces, als hulpmiddel bij het opstellen van stroomgebiedbeheersplannen. Naast deze toepassing hebben de gebruikers de mogelijkheid gegevens uit eigen berekeningen of de monitoring te vergelijken met berekende waarden. Deze optie biedt uitgebreide mogelijkheden voor evaluaties, gebiedsanalyses of ijking. De gebruiker kan hierdoor gevoel ontwikkelen voor de mogelijkheden en beperkingen van de KRW-Verkenner. Een voorbeeld is de stikstofconcentratie: deze is voor een bepaald watersysteem of waterlichaam te berekenen met de KRW-Verkenner op basis van de bekende emissies, hydrologie en gebiedskenmerken, maar ook te meten op een specifieke monitoringslocatie in of nabij het betreffende watersysteem. Op basis van beide sporen kunnen uitspraken worden gedaan over de ecologische toestand. Het expliciet inzichtelijk maken van deze twee sporen in de KRW-Verkenner vergroot de mogelijkheid tot het opbouwen van systeemkennis en het analyseren van fouten of beperkingen in de berekeningen of aannames. Door de terugkoppeling met de ontwikkelaars van de KRW-Verkenner ontstaat een kennisbasis die gebruikers kan helpen in het gebruik van de KRW-Verkenner en die de verdere ontwikkeling van de KRW-Verkenner zal ondersteunen. Vanzelfsprekend kunnen niet alle monitoringsgegevens in brede zin op deze manier worden benut. Alleen die gegevens die een duidelijke relatie hebben met de stuurvariabelen of parameters die in de KRW-Verkenner berekeningen worden gebruikt, kunnen hier een rol spelen.

    Card
     
    Section
    Column
    width40%

    Image Removed

    Column
    width60%
     

    Column
    width5%

     

    Column
    width30%

    Image Added

     

     

     

     

     

    Section

    Column
    width20%
     
    Column
    width60%

    Image Added

    Column
    width20%