Doel van het project
Doel is het onderzoeken van de mogelijkheden van een symbiose tussen veeteelt en natte teelten in veengebieden, waarbij synergie ontstaat doordat overschotten van de eerste tak een grondstof vormen voor de tweede. Dit project beoogt daarvoor de volgende onderzoeksvragen te beantwoorden:
1. Kan de inzet van natte teelten een oplossing bieden voor groeiende waterkwaliteitsproblemen door verwachte toenemende uitspoeling van nutriënten (stikstof en fosfor) uit veenweiden?
2. Welke teeltomstandigheden en veldinrichting geven de meest efficiënte combinatie van waterzuivering en biomassaproductie?
3. Kan de nutriëntenbenutting en waterkwaliteitsverbetering door natte teelten gekwantificeerd en geoptimaliseerd worden en een onderdeel gaan uitmaken van het agrarische verdienmodel?
4. Zijn discrepanties in nutriëntenstromen tussen de seizoenen technologisch op te lossen, oftewel zijn in de winter uitspoelende nutriënten vast te houden voor gebruik in de zomer?
Innovativiteit
Er lopen al veel projecten met ofwel vernattingsmaatregelen in veenweiden, ofwel natte teelten, maar die zijn niet specifiek gericht op het benutten van nutriënten die anders verloren zouden gaan. Een combinatie van veeteelt en teelt van natte gewassen, zodanig dat natuurlijke waterzuivering gecombineerd kan worden met benutting van nutriënten, is nog niet onderzocht. Wel kan gebruik worden gemaakt van de ervaringen uit die lopende projecten om tot optimale ontwerpen te komen.
Partners
- KWR
- Stichting Landschap Noord-Holland
- De Struunhoeve
- Hoogheemraadschap Hollands Noorder Kwartier
- Gemeente Amsterdam
- Stichting Deltares (Delft)
- TKI Deltatechnologie
Resultaten
Verhoging van de grondwaterstand is een belangrijke maatregel om veenoxidatie en bodemdaling in de veenweiden tegen te gaan. Onder deze omstandigheden zal veeteelt in deze gebieden moeten worden geëxtensiveerd, waardoor alternatieve inkomsten noodzakelijk zijn. Mogelijk kunnen die worden gegenereerd uit natte teelten. Naast producten om te vermarkten, zijn natte teelten goed te combineren met diverse ecosysteemdiensten die met een vergoedingensysteem zouden kunnen bijdragen aan een vernieuwd agrarisch verdienmodel.
Voor dit project is op een proeflocatie in de Burkmeerpolder onderzocht wat de mogelijkheden zijn om lisdoddeteelt in te zetten voor waterzuivering om de kwaliteit van het oppervlaktewater in het gebied te verbeteren. Door nutriënten uit het oppervlaktewater op te nemen, zouden natte teelten een belangrijke bouwsteen kunnen vormen bij het realiseren van kringlooplandbouw en een toekomstbestendig agrarisch verdienmodel op basis van een nieuwe vorm van een gemengd boerenbedrijf.
Om de haalbaarheid voor dit idee te toetsen, werden hoogfrequente metingen uitgevoerd in een lisdoddeteeltvak in de Burkmeer. Zelfs voor een klein perceel bleek het geen sinecure om alle nutriëntenstromen goed in beeld krijgen. Met name het meten van in- en uitstroomdebieten vormde een uitdaging. Om tot inzichten in de water- en nutriëntenstromen te komen, zijn in dit onderzoek daarom verschillende methoden gebruikt.
Uit het onderzoek op de proeflocatie blijkt dat de belangrijkste nutriëntenstromen, met name stikstof en fosfor, tegenstrijdige resultaten geven. Voor de twee meetjaren bleken het ene jaar netto nutriënten opgenomen te worden door het lisdoddeteeltvak, terwijl in het andere jaar netto nutriënten uitspoelden. Dit kwam deels verschillen in teeltomstandigheden en door het actief doorspoelen van het teeltvak. Het beheer speelt dan ook een belangrijke rol bij het realiseren van een zuiverende functie. Hoe dit beheer er precies uit kan zien, dient nog verder te worden onderzocht. Om de resultaten vervolgens op te schalen naar landschapsniveau, is het noodzakelijk in een vervolgproject op basis van modelberekeningen vast te stellen hoe de verdeling van veenweiden en percelen met natte teelten in een veengebied leidt tot optimale resultaten voor nutriëntenbenutting en -zuivering.
Stand van zaken februari 2026
Vanwege de meetuitdagingen en de variatie in resultaten heeft het onderzoek zich beperkt tot het verkijgen van betrouwbare meetresultaten, modelleringen, interpretatie daarvan en een evaluatie van de resultaten in het licht van een symbiose tussen veeteelt en natte teelten in het veenweidegebied van de toekomst. Alvorens dit laatste daadwerkelijk kan worden vormgegeven, is nog een aantal jaren vervolgonderzoek nodig. Dit project is afgerond met het bijgesloten rapport.